laatste wijziging: dinsdag 10 juli 2001
HOME
 
 
Aantekeningen van studie over Efeze 4:9-16, gehouden op 12 oktober 2000

"NIET MEER ONMONDIG"


de lagere aardse gewesten?
ver boven alle hemelen?
apostelen slechts voor de begintijd
verkeerd toegepaste teksten
opvolger voor Petrus?
ouderlingen niet door de gemeente gekozen
gezag komt van boven
democratie niet Bijbels
"het volmaakte" reeds bereikt
evangelisten, herders en leraars TOTDAT
wat betekent "de eenheid van het geloof"
het complete Woord van God
wanneer worden we niet meer heen en weer geslingerd?
een mondige Gemeente
de Gemeente en individuele gelovigen
eenheid maken of bewaren?
niets en niemand kan gezag claimen
slecht Eén organiseert de Gemeente
de Gemeente geen puinhoop
waar kunnen we de Gemeente beleven?

Van Christus lezen we "dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere aardse gewesten". Met deze vertaling heeft men (zoals gebruikelijk) een concrete Bijbeltekst weer eens vroom-wazig gemaakt. Letterlijk staat er: "naar de lagere delen van de aarde". Voor mensen in 'de lage landen' (Nederland) zou zo'n tekst geen problemen mogen opleveren. Van de weinige plekken op aarde die beneden de zeespiegel liggen is het gebied rond het meer van Genesareth er één van. Dáár heeft de Heer geruime tijd gewoond. En de beroemde verzoeking in de woestijn heeft zelfs plaatsgevonden op het allerlaagste deel van de aarde. Dat was het gebied rond de Dode Zee, plusminus 300 meter beneden de zeespiegel. Efeze 4:9

De NBG-vertaling van Efeze 4:10 zegt dat Christus "is opgevaren, ver boven alle hemelen". Als dat zo zou zijn, dan zouden we geen Heer in de hemelen hebben, zoals Efeze 6:9 wel degelijk stelt. Het antwoord is: de vertaling van 4:10 klopt niet. Christus is opgevaren boven allen van de hemelen. Hij is gezeten aan Gods rechterhand "boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam...". Efeze 4:10; Efeze 1:20,21

Eén van de kenmerken van een apostel (=afgevaardigde) van Christus is, dat deze een ooggetuige van Hem als de Opgestane is. Alleen dat kenmerk geeft al aan dat deze functie verbonden is aan de begintijd van de Gemeente. Dit wordt bevestigd in het gegeven dat apostelen en profeten het fundament van de Gemeente vormen. Handelingen 1:21-26; 1Korinthe 9:1; Efeze 2:20

De meeste teksten die aangevoerd worden ter rechtvaardiging van kerkelijk gezag blijken bij nader inzien te maken te hebben met de "apostelen en profeten". Denk maar aan teksten als: "gehoorzaamt uw voorgangers" of "wie God kent, hoort naar ons". Hebreeën 13:17; 1Johannes 4:6

De hele rooms-katholieke kerk functioneert op basis van de aanname dat de paus een opvolger is van de apostel Petrus. Maar Petrus, noch één van de andere apostelen hebben opvolgers gekozen, danwel mensen aangesteld die hun rol zouden moeten overnemen. Aan het einde van hun loopbaan hebben ze de geloofsgemeenschappen 'overgedragen' aan het Woord van God. 2Petrus 1:12-21; 2Timotheüs 3:14-17

Voor protestanten moet het een ontnuchterend feit zijn dat in het NT de gemeenten beslist niet zelf hun ouderlingen (oudsten) aanstellen. Paulus had Titus nota bene speciaal op Kreta achtergelaten, zodat hij in iedere gemeente ouderlingen zou aanstellen. Paulus schrijft dus geen brief aan de geméénten van Kreta om ouderlingen aan te stellen maar een speciale gevolmachtigde krijgt deze taak opgedragen. Titus 1:5; Handelingen 14:23

Gezag komt in de Bijbel altijd van boven. God heeft Jezus aangesteld tot Christus. Christus stelde Paulus aan als apostel (=afgevaardigde). Paulus stelt op zijn beurt Titus aan als delegaat. En Titus stelt met volmacht ouderlingen op Kreta aan. Zodat de ouderlingen te Kreta (wanneer we even alle tussenliggende schakels wegdenken) indirect door God Zelf waren aangesteld. Handelingen 2:36; Efeze 1:1

Het is een gevleugeld gezegde geworden dat democratie het minst slechte systeem van regeren is. Maar dat neemt niet weg dat democratie daarmee tóch als slecht is getypeerd. Terecht. Democratie is geen Bijbels principe. Volmacht (autoriteit) komt van boven en niet van beneden. Johannes 18:11; Daniël 4:17,25,35

In de studie over 1Korinthe 13 is uiteengezet dat "het volmaakte" (beter: de volwassenheid) reeds bereikt is. Er is nu geen sprake meer van fragmentarische kennis ("kennis ten dele") maar van "volle kennis". Het Geheimenis is geopenbaard en de Schriften zijn compleet. Vandaar dat de gaven van resp. (vreemde) 'talen' en 'profetieën' inmiddels zijn verstomd en hebben afgedaan.

Efeze 4 handelt net als 1Korinthe 13 over de tijdelijke situatie van onmondigheid van de Gemeente. De gaven die genoemd worden in Efeze 4:11 hebben uitdrukkelijk een TOTDAT. Apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars zijn bedoeld als gaven voor de fase van onmondigheid. Wanneer de Gemeente als collectief ("wij allen") de volwassenheid ("de manlijke rijpheid") heeft bereikt zijn deze gaven, met het daaraan verbonden (leer-)gezag, verleden tijd. Efeze 4:11-15

Christus geeft apostelen, profeten, evangelisten, herder en leraars TOTDAT wij allen bereikt zouden hebben:
1. de eenheid van het geloof;
2. de volle kennis van de Zoon van God;
3. de manlijke rijpheid (volwassen man);
4. de maat van de wasdom (grootte) van de volheid van Christus. Efeze 4:11-13

"De eenheid van het geloof" betekent dat allen hetzelfde geloven. In de Handelingen-periode waren er twee groepen van gelovigen: die van de besnijdenis en die van de heidenvolken. Vanuit de gevangenis maakt de apostel bekend dat Christus de twee (jood en heiden) in Zijn Lichaam één maakt en de wet der geboden buiten werking stelt. Efeze 4:13; Efeze 2:14-16

In de zangbundel van Johannes de Heer staat in een bekend lied (nummer 838) "één in de Naam van Jezus, één zin en één gemoed, één in 't geloof der Schriften, één in 't verzoenend bloed...". Sinds de Schriften zijn gecompleteerd zijn we inderdaad "één in 't geloof der Schriften".

Paulus schrijft aan de gelovigen te Kolosse dat God hem de bedeling van de Verborgenheid had toevertrouwd om "het Woord van God tot zijn volle recht te doen komen". Letterlijk staat er: om het Woord van God tot volheid te brengen, te completeren. Vandaar dat hij bidt dat de gelovigen "in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een VOLLEDIG INZICHT, en zij de Verborgenheid van God mogen kennen, Christus...". Sinds de completering van het Woord van God is de volle kennis van de Zoon van God beschikbaar. Kolosse 1:25 ('bediening' [NBG] moet zijn: bedeling, huishouding); Kolosse 2:2

Slechts wanneer gelovigen gegrond zijn in het Geheimenis dat door Paulus geopenbaard is, zullen ze niet meer heen en weer geslingerd worden door allerlei wind van leer. Dan weten ze dat Gods werk in onze dagen per definitie verborgen is en dus zullen ze daarover niet teleurgesteld raken. Dan kennen ze de troost van "Gods voornemen der eeuwen" waarin alles en iedereen uiteindelijk terecht zal komen. Efeze 4:14 (let op:  vers 14 hoort niet aan te vangen met "dan" (NBG) maar met "opdat" (SV).  Het is geen onvoorwaardelijke voorzegging maar een doelstelling.); Romeinen16:25; Efeze 3:10 ('eeuwig voornemen' moet zijn 'voornemen der eeuwen'); Kolosse 1:20

Als geheel is de Gemeente sinds de completering van het Woord van God volwassen (volmaakt). De fase van onmondigheid is voorbij. De tijdelijke gaven die toen nodig waren zijn inmiddels overbodig geworden. De 'tongen' zijn verstomd. De profetieën hebben afgedaan. Mensen met leergezag (apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars) zijn niet meer onder ons omdat de Gemeente niet langer onmondig is. 1Korinthe 13:8-10; Efeze 4:11-14. 

Het feit dat de Gemeente als geheel volwassen is, betekent niet dat de gelovigen individueel niet meer zouden behoren te groeien. Integendeel, nadat Paulus gesproken heeft over het bereiken van "de manlijke rijpheid" van de Gemeente stelt hij vervolgens: "dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het Hoofd is, Christus". Efeze 4:13,15

Er is één Lichaam van Christus, de Gemeente. Iedereen die van harte gelooft dat Christus Jezus uit de doden is opgewekt en Hem als Heer erkent, behoort bij dat Lichaam. De ene Gemeente IS er. Als gelovigen behoeven we die eenheid niet te maken maar slechts te bewaren. Zodra gelovigen een gemeente gaan maken (een organisatie met lidmaatschap) negeert men daarmee in de praktijk Gods Gemeente. 1Korinthe 12:3; Romeinen 10:9; Efeze 4:3

Zoals er slechts één Lichaam is, zó is er ook slechts één Hoofd: Christus. Sinds het Lichaam de status heeft bereikt van "de manlijke rijpheid" is er NIETS en NIEMAND die Goddelijk gezag in de Gemeente kan claimen. Geen ouderling, geen voorganger, geen bisschop, geen kerkenraad, geen synode, geen concilie. Het Lichaam heeft één Hoofd.

Alles in mijn lichaam wordt geregeld vanuit mijn hoofd. Een onvoorstelbaar netwerk van zenuwen loopt naar iedere uithoek van mijn lichaam. Alles wordt centraal geregeld. Lichaamscellen, ledematen, organen, etc. hoeven zich geen enkele zorg te maken over de organisatie van het complexe geheel. Daar is het hoofd voor. Zó is het ook in "de Gemeente die Zijn Lichaam is". Efeze 4:16; Kolosse 2:19; Efeze 1:22

Van de kerkelijke wereld wordt terecht gezegd dat het een puinhoop is. Maar van de Gemeente, het (verborgen) Lichaam van Christus, gaat dit beslist niet op. Zij is en blijft een "welsluitend geheel". Logisch. Het Lichaam wordt namelijk georganiseerd, bijeengehouden en gevoed door het Hoofd (Christus). Het probleem is meestal dat men zich niet realiseert dat zowel het Lichaam als het Hoofd een verborgen werkelijkheid zijn. Efeze 4:16; Kolosse 2:19; Kolosse 3:3,4

In geloof beleven en genieten we de eenheid van Lichaam en Hoofd. Dat kán in een grote bijeenkomst zijn maar net zo goed in een huiskamer, een kantine of aan de waterkant. Overal waar het Woord opengaat is Christus bezig Zijn Gemeente te reinigen, haar stralend te maken, zonder vlek of rimpel. Efeze 5:25-27


HOME