laatste wijziging: 11 nov. 2008
HOME
samenvatting van Bijbelstudiedag 17 juni 2000

DE ONT-DEKKING 

Bijbelstudies n.a.v. 2Korinthe 3

testament?
evangelie & business
bevoegd of bekwaam?
het nieuwe Verbond
de letter doodt...
de levendmakende Geest
vrijmoedigheid
Mozes' bedekking op zijn gelaat
 bedekking en ont-dekking 
uitstraling...

In de Statenvertaling wordt in 2Korinthe 3 gesproken van het oude en het nieuwe Testament. Wat een vergissing! Pinchas Lapide zei ooit: 'Ik geloof niet dat God testamenten maakt. Hij sterft toch niet?!'

Het woord 'testament' is eigenlijk 'verbond'. Meestal wordt het zo ook wel weergegeven maar in een aantal gevallen toch weer niet. Zeer inconsequent! Een testament is iets héél anders dan een verbond. Een verbond wordt gesloten tussen twee in leven zijnde partijen. Een testament daarentegen wordt eenzijdig opgesteld en wordt pas van kracht na overlijden. 

De gedachte aan 'testament' heeft men ingelezen in Hebreeën 9. Maar het gaat daar niet over een 'testament' en een 'erflater'. De Concordante Vertaling geeft het daar (terecht) weer met: een verbond treedt in werking bij de dood van een verbondslachtoffer. Hebreeën 9:16-18

Paulus heeft nooit gemarchandeerd met Gods Woord. Het Woord is geen handelswaar om financiëel gewin mee te behalen. Tegen dat principe wordt heel veel gezondigd. Ook in de evangelische wereld is geloof 'big business'. En dan heb ik 't heus niet alleen over  amerikaanse TV-dominees. 2Korinthe 2:17

De grootste prediker van het Goede Bericht ooit, voorzag in z'n eigen levensonderhoud! Het is billijk en recht voor verkondigers om te leven van het Evangelie. MAAR: Paulus heeft met opzet nooit gebruik gemaakt van deze bevoegdheid. Hij beschouwde dit recht als een hindernis voor het Evangelie. 1Korinthe 9:12-15

In Nederland zeggen we: 'wiens brood men eet, wiens woord men spreekt'. Wanneer je als verkondiger in loondienst bent van een geloofsgemeenschap wordt je geacht te doen en te zeggen wat je 'baas' je opdraagt. Wanneer je zo werkt ben je feitelijk een huurling... Johannes 10:11,12

2 Korinthe 4 spreekt van "het Woord van God vervalsen". Het woord dat daar gebruikt wordt betekent eigenlijk: mixen met waardeloze elementen. B.v. het Woord acceptabel proberen te maken of aantrekkelijker (?). Maar water bij de Bijbelse wijn doen is niet anders dan frauderen. Het Woord puur, dát alleen heeft power. 2Korinthe 4:2

In de ogen van zijn critici was Paulus een onbevoegd prediker. Hij kwam zonder aanbevelingsbrieven. Hij was niet gezonden door één of andere instantie en miste dus (in hun ogen) de noodzakelijke papieren. Ook vandaag is het in 'de gelovige wereld' meestal erg belangrijk te kunnen bogen op 'papieren'. Diploma's, een universitaire graad, een kerkelijke aanstelling. 2Korinthe 3:1

Als prediker van het Evangelie is bevoegdheid volstrekt onbelangrijk. Hoe zou een ménselijke instantie bevoegd kunnen maken tot het prediken van Góds Woord? Het gaat niet om bevoegdheid maar om bekwaamheid. Onder ons gezegd: er zijn talloos veel zogenaamd 'bevoegde predikers' die volstrekt onbekwaam zijn in het werk dat ze verrichten. 2Korinthe 3:4-6

Paulus leed allerminst aan een minderwaardigheidscomplex. Hij had een enorm vertrouwen in het werk dat hij deed. Hij zegt ergens: "ik heb meer gearbeid dan zij (='de twaalf') allen". En toch was hij nederig en gaf hij God de eer. Hij, die wat z'n verleden betreft het niet eens waard was om een apostel genoemd te worden kon nu zeggen: Gods genade aan mij is niet tevergeefs geweest. Zijn bekwaamheid was Góds werk". 1Korinthe 15:9-11; 2Korinthe 3:5

Iemand die tot geloof in Christus Jezus was gekomen zei eens: "vroeger had ik een verleden. Nu niet meer. Nu heb ik een toekomst". 

Het nieuwe Verbond wordt gesloten met hetzelfde volk als waar eens het oude Verbond mee is gesloten. Met het volk Israël dus. De hele kerkgeschiedenis heeft het fatale idee gedomineerd dat het nieuwe Verbond voor de Kerk is. Jeremia 31:31; Romeinen 9:4

Het nieuwe Verbond is beloofd aan Israël in de toekomst. Jeremia 31 is daar volstrekt helder over. Maar de Géést van het nieuwe Verbond is reeds werkzaam sinds Christus (in Zijn opstanding) "een levendmakende Geest" werd. En dáárvan (d.w.z. van de Geest van het nieuwe Verbond) is Paulus een dienaar. De gelovigen in de tegenwoordige tijd, hebben als eerstelingen deel aan "de Geest der belofte". Want "hoevele beloften Gods er ook zijn, IN HEM is het: Ja... die ook... de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft".
Jeremia 31:31; 1Kor.15:"45; 2Kor.3:6; Ef.1:13; 2Kor.1:20-22

De basis van het nieuwe Verbond is gelegd op Golgotha. Daar werd het bloed gestort van het nieuwe Verbond. Maar de sluiting van het nieuwe Verbond zal pas in de toekomst plaatsvinden. Hebreeën 13:20

Paulus' uiteenzetting over het oude en nieuwe verbond is een reactie op hetgeen zijn critici hem verwijten. Vermoedelijk gaat het om zogenaamd bevoegde predikers die "een andere  Jezus" brachten. Zij brachten "Christus naar het vlees", d.w.z. de Jezus die ooit leefde onder de wet. Paulus' Evangelie begon daar, waar dat van zijn critici eindigde: bij het kruis en het geopende graf. 2Korinthe 10:12; 11:4; 5:16; Galaten 4:4; 1Korinthe 15:3,4

Er zijn heel wat christenen die zich niet met Schriftstudie bezighouden en daar ook een Bijbels argument voor menen te hebben. Zij zeggen: "in de Bijbel staat dat de letter doodt. Waarom zouden we dan de letters van de Bijbel tot ons nemen?". Kijk, dat krijg je er nu van als je geen Schriftstudie doet. Dan weet je niet dat dit een uit z'n verband gerukte tekst is. Want "de letter" duidt niet op "de Schrift" maar op de "letters op stenen gegrift". De stenen tafelen die Mozes van God had gekregen. 2Korinthe 3:6,7

Jezus zegt: "de Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden die Ik tot u heb gesproken zijn geest en leven". Geest staat niet tegenover woord. De Geest komt juist tot ons via het Woord. Het Woord is het voertuig van de Geest. Johannes 6:63

Al eerder had Paulus de gemeente te Korinthe verteld van de levendmakende Geest. "Adam werd een levende ziel, de laatste Adam een levendmakende Geest". De levendmakende Geest is dus de Heer Zelf. En inderdaad, deze conclusie wordt rechtstreeks bevestigd in het laatste vers van 2Korinthe 3. "De Heer nu is de Geest". 1Korinthe 15:45; 2Korinthe 3:17

De frase "de laatste Adam" is heel opmerkelijk. Het wordt vaak verward met de uitdrukking "de tweede mens". Maar Christus is niet de tweede Adam. In dat geval zou het weer mis kunnen gaan zodat een derde Adam nodig zou zijn... Nee, Hij is de laatste Adam. In Hem is héél de mensheid begrepen. In en door Hem zullen alle mensen worden levendgemaakt en gerechtvaardigd. 1Korinthe 15: 22, 45; Romeinen 5:18

Dat "de letter" een bediening van dood en veroordeling is, wordt treffend geïllustreerd in de historie. Toen Mozes van de berg afdaalde stierven er voor straf 3000 mannen op één dag. Toen de Geest werd uitgestort op de Pinksterdag (het feest waarin de wetgeving wordt gevierd!) kwamen er daarentegen 3000 mensen tot geloof... Exodus 32:28; Handelingen 2:41

Toen Mozes zich met de stenen tafelen presenteerde, straalde de huid van zijn gelaat. Paulus stelt dus met recht dat "de bediening die veroordeling brengt, heerlijkheid was". MAAR: vergelijk het niet met de bediening van de Geest en rechtvaardigheid. Het is net als met sterren: ze stralen totdat de zon opkomt. Daarna verbleken ze totaal. 2Korinthe 3:8-11

De bediening die rechtvaardigheid brengt is overvloedig in heerlijkheid. Let wel: die rechtvaardigheid brengt. De Wet eist rechtvaardigheid maar vanwege het onvermogen van de mens resulteert dit slechts in veroordeling en dood. Het Evanglie daarentegen brengt rechtvaardigheid en is daarom overvloeiend in heerlijkheid. "...zo komt het ook door ÉÉN DAAD VAN GERECHTIGHEID VOOR ALLE MENSEN tot rechtvaardiging ten leven." Is dat gerechtigheid die overvloeit in heerlijkheid of niet? 2Korinthe 3:9; Romeinen 5:18

Wanneer we het woord 'vrijmoedigheid' in het Grieks (parresia) herleiden betekent het 'alles-spreken'. Iemand die vrijmoedig is, neemt geen blad voor de mond maar verteld alles wat hij of zij te melden heeft. Het ergste wat een prediker kan doen, is de waarheid achterhouden. Net als bij de rechtbank geldt ook voor hem: de waarheid, niets dan de waarheid en de volle waarheid. 2Korinthe 3:12

Vrijmoedigheid veronderstelt dat de spreker voluit staat achter hetgeen hij zegt. De grote tragiek van vele predikanten vandaag is, dat ze feitelijk zijn uitgepraat. Er gaapt een onmetelijke kloof tussen de boodschap die ze vertellen en het publiek dat ze pogen te bereiken. Erger nog: de boodschap bereikt henzelf niet eens meer. Geen rethoriek of voordrachtskunst kan dat verhullen. 2Korinthe 3:12

Gewoonlijk denkt men dat Mozes een bedekking op zijn gelaat deed zodat de Israëlieten geen pijn aan hun ogen zouden krijgen. Maar weet u wat de echte reden is? Ze mochten geen blik slaan op het einde van hetgeen zou verdwijnen. In Exodus lezen we: "toen Mozes geëindigd had met hen te spreken, deed hij een doek voor zijn gelaat". Op deze mannier konden de Israëlieten de lichtglans niet zien afnemen en verdwijnen. Men mocht de blik niet richten op voorbijgaande heerlijkheid. 2Korinthe 3:13; Exodus 34:33

De "heerlijkheid des HEREN" die Mozes aanschouwde was figuurlijk maar ook letterlijk voorbijgaand. Voordat hij de stenen tafelen ontving werd hij geplaatst in de rots en mocht hij Gods heerlijkheid zien. Maar slechts nadat deze voorbijgegaan was. Het is symbolisch voor de bediening die aan Mozes was toevertrouwd. Exodus 33:20-23

Eén van de speerpunten van het betoog in 2Korinthe 3 is, dat Israëls gedachten verhard zijn en er een bedekking ligt op de lezing van het oude Verbond. Het woord voor 'verharden' is van origine een medische term en duidt op een eeltlaag. Ook een eeltlaag is een bedekking. 

De hamvraag is: waaruit bestaat Israëls bedekking? Oftewel: wát maakt dat Israël de woorden die haar zij toevertrouwd, niet verstaat? Wat zegt de Schrift hierover?

In Romeinen stelt Paulus van zijn volksgenoten dat ze een ijver voor God hebben maar zonder verstand. Dat is een zeer gedurfde uitspraak. Wij zijn geneigd te denken dat er nergens zóveel Schriftkennis gevonden wordt als juist in het orthodoxe jodendom. Toch is Israël aan de wet niet toegekomen, stelt de apostel. Waarom niet? Omdat het niet uitging van geloof maar van werken. De wet behoort niet gewerkt te worden maar geloofd. Want de wet spreekt niet over wat Israël moest doen maar over wie God is en over Zijn beloften en Zijn daden. Romeinen 9:30-10:3; zie voor een verdere uitwerking van deze gedachte: gij zult & gij zult niet

Voor Israël is het Woord des HEREN wet op wet en eis op eis geworden. Terwijl het voor wie gelóóft rust en verademing is. "Gij zult" en "gij zult niet" zijn geen commando's maar beloften. En een belofte dient men slechts in één ding opzicht 'te doen': geloven! Jesaja 28:11-13, 16 vergl. Romeinen 9:33

Jesaja kondigt een diepe slaap aan die God over het volk zou uitstorten. De woorden van de profeten zouden als een verzegeld boek voor hen worden. Men zou niet in staat zijn het te verstaan. Waarom niet? Omdat hun ontzag voor God slechts een aangeleerd gebod van mensen is. Hij zou zeer wonderlijk met volk gaan handelen en de wijsheid van hun wijzen teniet doen. Talmoedische wijsheden zullen verbleken zodra de verharding van Israël ten einde is. Lees: Jesaja 29:9-14; Jesaja 8:14-18; vergl. Romeinen 11:8,25,26

De christenheid heeft weinig reden om neer te zien op Israël. De christenheid heeft exact hetzelfde gedaan met Gods Woord als het jodendom. Ook bij hen is het compleet overwoekerd door traditie. Ook de belijders uit de 'gojiem'  leven bij 'werken' in plaats van 'om niet'. Romeinen 11:6, 21,22

2Korinthe 3:16 hoort niet vertaald te worden met: "telkens wanneer iemand zich tot de Heer bekeerd heeft" (NBG) maar met "wanneer het tot de Heer zou terugkeren". Deze vertaling laat zowel een individuele als een nationale toepassing open. 

Deuteronomium 30 voorzegt dat de Israëlieten in de verstrooiing zich tot de HERE zullen bekeren. Dan zal God hen herstellen en het hart van hun nakroost besnijden zodat zij de HERE hun God zullen liefhebben met heel hun hart. Wat is het besnijden van het hart anders dan het wegnemen van de bedekking die op hun hart ligt? Deuteronomium 30:6; 2Korinthe 3:16

In het boek Ruth vinden we een prachtig type van het wegnemen van de bedekking (ont-dekking). Ruth is een type van het overblijfsel van Israël dat vanuit de diaspora berooid terugkeert naar het land. Ze komt in aanraking met een vermogend man uit Bethlehem. Wanneer ze op dorsvloer oog in oog met hem komt te staan, vraagt hij haar de omslagdoek af te doen en hem op te houden zodat de doek gevuld kan worden met gerst. Zo zal Israëls bedekking worden weggenomen, wanneer het straks te Sion de ware Boaz zal ontmoeten. In plaats daarvan zullen ze een overvloed aan "levend brood" ontvangen. De dorsvloer is een beeld van Sion (2Kronieken 3:1; Micha 4:10-13); de gersteoogst houdt verband met de dag van de Eerstelingsgarve, dit is de dag dat Jezus opstond uit de doden (Ruth 2:1; Leviticus 23:10-16; 1Korinthe 15:23)

Wanneer Israëls aangezicht ont-dekt is, zal het de heerlijkheid van de Heer weerspiegelen. Haar 'uitstraling' is geen prestatie maar slechts reflectie. Zoals het licht van de maan slechts de reflectie is van het licht van de zon. 2Korinthe 3:18

'Hoe wordt ik een aanstekelijk christen?' is de titel van een populair boekje. Mensen maken zich druk over hun 'uitstraling' en willen daaraan werken. Tevergeefs. Als je wilt dat een reflector veel licht geeft, hoef je maar één ding te doen: laat er een krachtige lichtbron op schijnen. Oftewel: focus je op Hem in Wiens aangezicht de heerlijkheid van God schittert. De vraag is niet wat ik met het Woord doe maar wat het Woord met mij doet! 2Korinthe 3:18; 4:6

De NBG-vertaling luidt: "wij... veranderen naar hetzelfde beeld". Weet u wat er in de Concordante Vertaling staat? "wij ... worden getransformeerd naar het hetzelfde beeld". Het is geen activiteit van de mens maar hij ondergaat het. Het woord 'transformatie' is de weergave van het Griekse woord 'metamorfose'. Denk maar aan het ontpoppings-proces van rups tot vlinder. Dat is een Godswonder. Zo'n wonder is God bij machte te werken in iedereen die opziet naar omhoog! 2Korinthe 3:18

 
HOME