ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 20 september 2006

Gods compassie

De God die Zich in "de heilige Schriften" bekend maakt is werkelijk GOD. D.w.z. Hij beschikt alles, Hij weet alles, Hij vermag alles. Nooit wordt Hij verrast door iets wat Hij niet voorzien had en daarom kan er voor Hem, per definitie, niets mis gaan.

Het bovenstaande betekent echter bepaald niet dat God vanuit een ivoren toren het lijden in de wereld aanschouwt. Integendeel, de Schrift tekent God als "de Vader van het mede-lijden" (*). Mede-lijden vloeit voort uit liefde. Ouders b.v. die zien dat hun kind pijn lijdt, lijden soms zwaarder dan wanneer ze dezelfde pijn zélf zouden moeten ondergaan. Zo gaat dat wanneer je van iemand houdt.

Psalm 145:9 zegt:

De HERE is voor allen goed, en Zijn barmhartigheid (compassie) is over al Zijn werken.

Het Hebreeuwse woord voor 'barmhartigheid' (racham) is afgeleid van een woord dat 'moederschoot' betekent. Denkt u het zich eens in: de compassie van een moeder voor haar baby wordt vergeleken met die van God voor al Zijn creaturen! Geen compassie voor de schepping als abstractie, nee, compassie voor al Zijn creaturen afzonderlijk. Elke traan die vloeit, elke pijn, elke moeite, elk verdriet - God lijdt mee. Want Hij houdt van Zijn schepselen.
Niemand lijdt meer aan het kwaad in de wereld, dan Hij die het Zelf een plaats gaf.

(*) 2Kor.1:3 - het Griekse woord oiktirmos betekent 'medelijden' of mededogen' - zie Hebr.10:28 waar hetzelfde woord voorkomt.



ga naar thuis-pagina