|
losprijs of schuldbetaling?
Tot vandaag aan toe, is in de kerk (over
de brede linie) altijd onderwezen dat Jezus moest sterven om de schuld
(van de mensheid) aan God, te betalen. Dat is kennelijk zo vanzelfsprekend,
dat maar weinigen zich de vraag hebben gesteld of dit inderdaad "staat
geschreven".
In dit artikel wordt deze vraag uitdrukkelijk wél gesteld.
de losprijs
... gelijk de Zoon des mensen (=
de erfgennaam van Adam > 'ben adam' Psalm 8:5) niet gekomen
is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven (lett.
zijn ziel > houdt verband met bloed; Lev. 17:11) te geven
als LOSPRIJS voor velen.
Matteüs 20:28
Het woord 'losprijs' (Gr.lutron; Strong 3083)
wil zeggen: een prijs die betaald wordt om b.v.. slaven of gevangenen
vrij te kopen. Een losprijs wordt betaald aan degene die gevangen houdt,
zodat deze daarna geen eigenaar meer is.
Want er is één God en ook één middelaar
van God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot
een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd (lett.
het getuigenis in eigen tijden, d.w.z. alle mensen zullen t.z.t. daar
getuigenis van geven).
1Timotheüs 2:5,6
Jezus die slechts gezonden was tot het huis
van Israël (Mat.15:24), sprak van een
losprijs "voor velen". De apostel van de natiën
spreekt echter van een losprijs "voor allen". Had Paulus
een paar verzen eerder (2:4) nog geschreven dat God wil dat alle
mensen gered worden, hier schrijft hij dat de middelaar van de ene God
zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Alle mensen
zijn gevangen maar omdat de losprijs voor hen betaald is, zullen zij allen
bevrijd worden.
gevangen waarvan?
De mensheid is in slavernij van de dood.
Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij
op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij DOOR ZIJN DOOD hem,
die de macht over (moet zijn: VAN de dood. De duivel is "de
mensenmoorder van den beginne".) de dood had, de duivel, zou
onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door
angst voor DE DOOD tot SLAVERNIJ gedoemd waren.
Hebreeën 2:14.15
De mens is een slaaf van de dood. Niets is
zo zeker als het feit dat elk mens een sterveling is. De dood houdt ons
gevangen. In dit vers lezen we dat Jezus "bloed en vlees" heeft
aangenomen om te kunnen sterven om zo de dood te overwinnen. Om op te
kunnen staan uit de doden, moet men eerst sterven. Jezus' sterven was
de prijs om het hele mensdom "het onvergankelijke leven" te
kunnen geven.
vrijkoping
Het idee van vrijkoping en losgeld komt veel
vaker in het NT voor, dan dat uit oppervlakkige lezing blijkt. Het Griekse
woord 'apolutrosis' (Strong 629) komt in het NT 10x voor en betekent letterlijk:
bevrijding door betaling van losgeld. Het wordt in NBG51 vertaald met
'verlossing' en 'bevrijding'.
Want allen hebben gezondigd en derven (= komen te kort aan)
de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade,
door de verlossing (apolutrosis > vrijkoping) in Christus
Jezus.
Romeinen 3:24,25
Alle mensen zijn zondaars. Alle mensen derven
de heerlijkheid Gods. En zij allen worden om niet gerechtvaardigd uit
Gods genade, door de bevrijding die Christus Jezus tot stand bracht door
de prijs die Hij betaalde. Dat is 'verlossing'!
En in Hem hebben wij de verlossing (apolutrosis > vrijkoping)
door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen (lett. misstappen),
naar de rijkdom zijner genade...
Efeze 1:7
Wat we reeds eerder vaststelden, zien we
ook hier, nl. dat "het bloed van het kruis" (Kol.1:20)
de losprijs is. De term "bloed" is uiteraard een directe verwijzing
naar de slachting van offerdieren, zoals we dit in het OT voorgeschreven
vinden. Jezus stierf geen natuurlijke dood, nee, Hij werd "geslacht".
Het is zondermeer waar dat het doden en slachten van een gaaf, onschuldig
dier puur onrecht is. Waarom dan toch voorgeschreven? Omdat het vooruit
ziet! Het geheim van de slachting is gelegen in wat daarna plaatsvindt!
Dan wordt het dier immers verhoogd op een altaar en stijgt het vervolgens
op "Gode tot een liefelijke reuk". Het kan niet missen of dat
het offer na de slachting spreekt van de opstanding van Christus, ná
zijn kruisdood. In de opstanding breekt het nieuwe leven aan waarin de
zonde(n) tot het verleden behoren. Dat laatste is ook de essentie van
de uitdrukking "de vergeving van de overtredingen". Vergeving
(Strong 859; aphesis) betekent letterlijk: bevrijding, loslating (zie:
Lucas 4:18). De bevrijding van onze overtredingen, wil zeggen dat we niet
meer gevangen zijn in overtredingen (zonden, misstappen). Wie Christus,
de Overwinnaar op de dood kent, kent een nieuw leven waarin "het
oude (en al het toebehoren) is voorbijgegaan".
Alle plaatsen waar sprake is van 'apolutrosis':
Luc.21:28; Rom.3:24; Rom.8:23; 1Kor.1:30; Ef.1:7; Ef.1:14; Ef.4:30; Kol.1:14;
Hebr.9:15; Hebr.11:35
voor God gekocht
En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol
te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt
[hen] VOOR GOD GEKOCHT met uw bloed uit elke stam en taal en volk en
natie;
Openbaring 5:9
De prijs is op Golgotha betaald - maar let
op: de prijs werd niet betaald AAN God. Jezus' sterven was geen schuldbetaling
maar een loskoping opdat de dood haar prooi los zou laten. Opdat het Gods
eigendom zou worden.
schuld betaald of niet toegerekend?
Nergens lezen we in de Schrift dat God op
Golgotha aan Jezus de rekening presenteerde voor de schuld van de mensheid.
Telkens weer zien we dat de prijs niet werd betaald aan God
maar juist aan de vijand (= de dood), die de mensheid gevangen houdt.
Waarna de vraag rest: wat gebeurt er dan
met onze schuld? Antwoord: God gaat daar aan voorbij (vergl. Spr.19:11
"het is des mensen eer een overtreding voorbij te zien"). Op
Golgotha zie we geen God die genoegdoening eist maar een God die zelfs
het grootste onrecht ooit gepleegd, NIET toerekent.
... en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers
hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende
was, DOOR HUN HUN OVERTREDINGEN NIET TOE TE REKENEN, en dat Hij ons
het woord der verzoening heeft toevertrouwd.
2Korinthe 5:19
Als de klassieke verzoeningsleer waar zou
zijn, dan zijn begrippen als kwijtschelding en vergeving, ijdel. Want
óf onze schuld is betaald, maar dan valt er niets meer kwijt te
schelden, óf de schuld is vergeven, maar dan kan er niet tegelijkertijd
ook sprake van betaling zijn. Als Pietje aan Karel 100 euro schuldig is
en Jantje betaald voor Pietje deze schuld, dan is de rekening vereffend
en hoeft Karel geen cent kwijt te schelden.
Golgotha is het ultieme bewijs van een God
die de overtredingen NIET toerekent, en daarmee is de klassieke leer van
de schuldbetaling ('verzoening door voldoening', 'genoegdoening', etc.)
niet anders dan een karikatuur van de Bijbelse voorstelling. Op Golgotha
zag God letterlijk voorbij (vergl. Pascha = voorbijgaan) aan de schuld
van de mensheid: Hij zag vooruit naar "de laatste Adam" die
drie dagen later als Eersteling "leven en onvergankelijkheid aan
het licht bracht" (2Tim.1:10).
|