kan een gelovige de erfenis verspelen?
VRAAG:
In 1Korinthe 6:9, 10 waarschuwt Paulus dat onrechtvaardigen (hoereerders,
afgodendienaars, etc.) het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.
Kan een gelovige dan door wangedrag de erfenis weer verspelen?
ANTWOORD:
Nee, het is onmogelijk dat een waar gelovige de erfenis (letterlijk:
het lotsdeel; zie voetnoot) zou kunnen verspelen.
Immers, wie gelooft is VERZEGELD met de Geest der belofte,
"die een onderpand is van onze erfenis" (Efeze 1:13,14).
Het is ondenkbaar dat een verzegeling van Godswege, ongedaan gemaakt
zou kunnen worden.
Maar vanwaar dan de waarschuwing in 1Korinthe 6:9,10
(en de woorden van gelijke strekking in Galaten 5:21 en Efeze 5:5)?
Het antwoord op bovenstaande vraag vinden we in het
directe vervolg van 1Korinthe 6. Hier de gehele passage:
9 Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen
het Koninkrijk Gods niet beërven zullen? 10 Dwaalt niet! Hoereerders,
afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven,
geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters, zullen
het Koninkrijk Gods niet beërven. 11 En sommigen uwer
zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen**,
maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd
door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest
van onze God.
De gemeente te Korinthe bestond voor een deel uit ex-hoereerders,
ex-afgodendienaars, ex-overspelers, ex-schandjongens, ex-homosexuelen,
ex-dieven, ex-geldgierigen, ex-dronkaards, ex-lasteraars en ex-oplichters.
Zij waren onrechtvaardigen maar inmiddels gerechtvaardigd.
Wanneer God iemand roept, doet Hij geen half werk. Hij rechtvaardigt
maar wast ook af (**), d.w.z. reinigt door Zijn Woord
en heiligt (= zet apart) door de Geest. Wanneer een overspeler, dief,
dronkaard, enz. wordt geroepen, dan is het onmogelijk dat hij
of zij dezelfde blijft. Beweert iemand een gelovige te zijn en tegelijkertijd
zulke zonden praktiseert, dan weten we dus dat hij of zij zichzelf
bedriegt.
19 Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn:
hoererij, onreinheid, losbandigheid, 20 afgoderij, toverij, veten,
twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht,
partijschappen, 21 nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke,
waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke
dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.
Het woord 'bedrijven' is in het Grieks
'prasso'. Het duidt op het voortdurend praktiseren van iets, als een
gewoonte dus. Zo lezen we in Handelingen 19:19 van mensen die "toverkunsten
hadden uitgeoefend (=prasso)". Ze hadden maar niet eens
een keer toverkunsten gedaan, nee, het was hun bedrijf.
Het is zeker mogelijk dat een waar gelovige (en dus een
door de Geest verzegelde), valt in één van bovengenoemde
zonden (1Korinthe 10:12; Galaten 6:1). Een gelovige kan de Geest bedroeven,
waarmee hij verzegeld is (Efeze 4:30). Maar het is onmogelijk
dat de Heer iemand die gevallen is, niet zou oprichten. Het is onmogelijk
dat de Heer iemand die verontreinigd is, niet zou reinigen. De verzegeling
met Gods Geest is een garantie dat Hij die een goed werk begonnen
is, dit ook daadwerkelijk zal voortzetten tot de dag van Christus
(Filippi 1:6).
voetnoten
* Het gaat hier over de erfenis
of (beter) het lotsdeel in "het Koninkrijk van Christus en God"
(Efeze 5:5), dit is de heerschappij van Christus gedurende de komende
aionen. Deel hebben aan het Koninkrijk van Christus is een voorrecht
dat slechts gelovigen ten deel valt. Wanneer Christus uiteindelijk
de dood als laatste vijand zal hebben teniet gedaan en (dus) niemand
meer dood zal zijn, dan zal Christus het Koninkrijk overgeven aan
de Vader en wordt God alles in allen (1Korinthe 15:22-18).
**. De NBG vertaling
leest: "... gij hebt u laten afwassen". Zo staat
het niet in het origineel. Er staat: "... gij zijt afgewassen,
gij zijt geheiligd". M.a.w. het is geheel Gods activiteit, zelfs
zonder onze medewerking.
|