HOME                    TERUG NAAR DEEL I
"TEN DERDE DAGE OPGEWEKT, 
NAAR DE SCHRIFTEN"
deel II

excurs: de ark van het verbond (Hebr.9:4,5)

De ark was het centrum van heel Israëls eredienst. De ark, daar draaide alles om. De ark moest men navolgen. De ark was de plaats waar God contact had met het volk. Je leest ook dat God van tussen de cherubim tot Mozes sprak83. Die cherubim stonden met uitgespreide vleugels boven de ark.

Het woord ark, dat is in het Hebreeuws het woordje 'aron' en dat betekent een kast, een kist. De eerste keer dat deze uitdrukking voorkomt is in het laatste vers van Genesis en daar wordt het gebruikt voor de lijkkist van Jozef. Dat is hetzelfde woord. Daarna in het Oude Testament is het de aanduiding voor "de ark des Heren", ofwel "de ark van het getuigenis" of "de ark van het verbond". Het is maar hoe je het zeggen wilt.

In de Hebreeënbrief gaat de schrijver in op alles wat er in de tabernakel stond.

    "de ark des verbonds, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds; daarboven waren de cherubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden."84
Omdat de schrijver toen "niet in bijzonderheden kon treden" zullen wij dat dan nu eens voor de gelegenheid doen? Er zit zo ontzettend veel in, vooral natuurlijk met het oog op de diepere betekenissen. Want laat het duidelijk zijn: de schrijver van de Hebreeënbrief laat zien dat alles in het Oude Testament - of het nu een bepaald iemand was zoals Melchizedek, of rituelen of de offerdienst of bepaalde voorwerpen - álles blijkt op de een of andere manier vooruit te wijzen naar één Persoon: Jezus Christus.

De schrijver had een heleboel te vertellen over Melchizedek en over de offerdienst en hij zou nu ook in bijzonderheden kunnen treden over de ark. Maar omdat dit hem te ver van zijn onderwerp zou voeren deed hij het niet. Wat hij o.a. wél vermeldt is dat de "ark des verbonds rondom met goud was overtrokken". Niet alleen met goud overtrokken maar ze had zelfs een gouden kráns, zo lees je in de Staten Vertaling85. Een gouden kroon lees je in de King James-vertaling. De ark was dus werkelijk met goud gekroond! Terecht toch? "Kroont Hem met gouden kroon", zingen we.

Die ark was een voorwerp met een gouden kroon en helemaal met goud overtrokken. Het was weliswaar van acasia- (oftewel sittim-)hout gemaakt, maar overtrókken met goud.

Goud is een beeld van onvergankelijkheid. Goud roest namelijk niet. Goud is een edelmetaal. Het laat zich niet verbinden met zuurstof. Goud wordt niet ontoonbaar gemaakt door "mot of roest". Goud is een beeld van Gods heerlijkheid.

Eerder in de Hebreeënbrief lees je van de Here Jezus en Zijn "lijden des doods"86. Maar nu is Hij "met eer en heerlijkheid gekroond"! Hij is als het ware met goud gekroond en overtrokken. Aanvankelijk was de ark slechts van acasiahout. Een soort doodskist. Zoals ook de Heer stierf aan het hout. Maar thans is Hij met goud overtrokken. "Gekroond met eer en heerlijkheid".

De ark is in elk opzicht, in alle details een beeld van Christus Jezus die opgewekt is uit de doden. Daarom geen lijkkist, maar een kist waarin juist het Léven tentoongesteld wordt. Het Leven dat de dood heeft overwonnen. Dat blijkt ook uit de "gouden kruik met het manna" dat zich daarin bevond. De betekenis van het manna wordt door de Here Jezus in Johannes 6 uitgelegd. Hij zegt: "Ik ben dat brood des levens"87. Wat de Here Jezus doet is niets anders dan typologische uitleg geven van wat er ooit met het volk Israël in de woestijn was gebeurd. Die kregen brood uit de hemel. En Hij zegt dan eigenlijk: dat brood van toen is een voorstelling van wat Ik ben. Hij werd ook niet voor niets geboren in Beth-lehem, wat 'huis van brood' betekent.

Dat levende brood, dat manna uit de hemel dat werd bewaard in een gouden kruik. In de Bijbel lees je vaak over áárden kruiken. Een aarden vat is een beeld van vergankelijkheid. Een aarden vat is broos en breekbaar. Paulus zegt: "wij hebben een schat in aarden vaten".88

Hier wordt gesproken van manna in een góuden kruik. Als een aarden vat een beeld is van een vergankelijk lichaam dan is een gouden kruik een uitbeelding van een onvergankelijk lichaam. En vandaar dat het verwijst naar het lichaam van de Opstanding, want dat is onvergankelijk. Opgewekt in onvergankelijkheid, eer en in heerlijkheid, zegt Paulus89. Dáár is die gouden kruik een beeld van. Van Hem die is opgewekt uit de doden.

In de ark was ook "de staf van Aäron, die gebloeid had". Die staf was weliswaar een dood ding maar bracht dan toch maar leven voort. Amandelbloesem namelijk. Dat dit ook weer van alles met de lichtgevende kandelaar te maken heeft90 en met God die waakt over Zijn Woord91 laten we nu maar even rusten. De staf bracht léven voort waardoor de hogepriester werd aangewezen.

Wie moest de hogepriester zijn? God had Zijn keus al gemaakt, maar die werd betwijfeld door Israël en dan zegt God: Ik zal de hogepriester van Mijn keuze aanwijzen. Dat wordt dan gedemonstreerd door de staf die leven voortbrengt. Zo wordt de hogepriester aangewezen92. Later zou de Hebreeënbriefschrijver zeggen, dat de ware Melchizedek, Priester is "krachtens een onvernietigbaar leven"93. In de Staten Vertaling staat "niet naar de wet des vleeschelijken gebods", dat wil zeggen: niet vanwege afkomst van Levi of zo. Nee, Hij is Hogepriester krachtens "onvernietigbaar leven". Door Zijn opstanding uit de dood. Daarom is Hij Hogepriester. Dat is ook wat de geschiedenis van Num. 17 uitbeeldt. Hij werd aangewezen als de ware hogepriester omdat zijn staf bloeide.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat een staf sowieso een beeld is van opstanding. Ik denk aan Psalm 23. Daar is een regel dat luidt: zelfs al ga ik door een dal van schaduwen des doods, Uw stok en Uw staf vertroosten mij94. Wat zou je vertroosten als de dood z'n schaduwen vooruit werpt? De staf, want die verwijst naar de opstanding! Als je zwak bent heb je een staf nodig om op te staan! En als je staande wilt blijven heb je ook een staf nodig. Daar kun je dan op leunen.

En dan denk ik weer aan een voorval i.v.m. Jakob. Je leest van Jakob dat hij beloften geeft aan zijn zonen "leunende op het uiteinde van zijn staf"95. Hij sprak woorden over de laatste dagen. Over wat zijn zonen zou "wedervaren"96 en waartoe ze bestemd waren. Hij spreekt dan een machtige profetische rede uit terwijl hij op het uiteinde van zijn staf leunt. Daar zit een diepe gedachte achter. Jakob kon dit alles uitspreken doordat hij zijn vertrouwen gesteld had op de opstanding. Daar rustte hijzelf op maar daarop berusten ook de woorden die hij uitsprak.

Ongetwijfeld zijn er nog veel meer voorbeelden van staven die dit zelfde principe demonstreren. Bijv. de staf van Aäron97 die al eerder levend was geworden en een slang werd. Of de staf die Mozes op de rots sloeg98 waardoor er lévend water voor het volk tevoorschijn kwam. Of de opgerichte (!!) staf die zorgde voor de overwinning99. Of wat dacht u van de staf van Elisa die hij op een dode jongen hield100? En wat gebeurde er? U raadt het al: de jongen staat op! De staf is een beeld van opstanding!

Enfin, terwijl de staf dus bloeide wist Israël nog helemaal niet wie de hogepriester was. Hoewel ze het wel hadden kúnnen weten. En ze wisten ook niet van de bloeiende staf. Dat was Israël onbekend. Het was donker. En ze konden ook niet kijken in het heiligdom. Pas toen die staf uit het heiligdom kwam, zag Israël het. Je zou zo het commentaar van de Hebreeënbrief-schrijver er naast kunnen leggen. Want die Hogepriester bevindt Zich momenteel in het heiligdom en het wachten is op het moment dat Hij uit het hemels heiligdom zal komen ten aanschouwen van het hele volk.

Het is nu nacht. Het licht der wereld is weg101. Het is nacht in deze wereld, maar niettemin, de staf in het heiligdom bloeit. En de Hogepriester is in het hemels heiligdom. En daar is ook een Ark onttrokken aan het gezicht. Niemand ziet Hem. Maar Hij is er! In het binnenste heiligdom. En dáár gaat het om!

Wat lag er nog meer in de ark? De tafelen van het verbond. Ook wel genoemd "het getuigenis"102. De wet in het binnenste. Dat was overigens het twééde stel. Het eerste stel was al aan diggelen gegaan voordat het ook maar enige dienst had gedaan103. "Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden"104. Niet het eerste verbond maar het tweede verbond. Dat is blijvend. Niet het eerste stel tafelen maar het tweede stel tafelen. Toen het eerste stel tafelen opgelegd werd aan het volk, brak het meteen aan diggelen. Dat is daarmee eigenlijk ook symbolisch voor het oude verbond. Wanneer de wet aan de mens wordt opgelegd breekt het onherroepelijk stuk. Vandaar dat het tweede stel stenen tafelen gelegd moest worden in de ark. Daar was het veilig. Ik denk dan aan de Messiaanse woorden: "Uw wet is in Mijn binnenste"105.

Dan staat er nog "daarboven waren de cherubs der heerlijkheid"106, die het verzoendeksel overschaduwen. Paulus zegt van Christus "dat God Hem voorgesteld heeft als zoenmiddel door het geloof"107. In het Grieks staat er "hilasterion", d.w.z. verzoendeksel. Daar staat dus zwart op wit dat het verzoendeksel niets anders is dan een voorstelling van Christus. Het verzoendeksel verwijst naar "het bloed des kruizes".

    "door het bloed zijns kruizes, álle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is".108
Alles, heel de schepping... verzoend door het bloed des kruizes! De tragiek is echter dat bijna niemand dit wil geloven... 'O, dat is gevaarlijk, dat is Alverzoening' hoor je dan. Dat schijnt zo ongeveer als vloeken in de kerk te zijn. Maar ik kan het ook niet helpen. Paulus zegt dat hij al met God verzoend was toen hij nog een vijand was109. En dat geldt voor alle mensen. De losprijs is betaald voor iedereen110. Elk mens is Zíjn eigendom. Hij is Heer en Redder van de hele wereld111Alleen de meesten weten het nog niet. Maar ja, wie vertelt ze dat ook?
Jozua 3 (II)

We keren eindelijk weer terug. Terug naar de ark die als eerste door de Jordaan ging112. De ark - die dus een beeld is van de opgewekte Christus - moest men navolgen. Ze ging door de Jordaan en zou er aan de andere kant weer uit opstijgen. Wat dus een overduidelijk beeld is van Christus Die de dood inging en daaruit weer opstond. En wel aan de spits. Men moest namelijk de ark navolgen. Later wordt het ook zo uitgelegd. Als er stenen worden opgericht in het midden van de Jordaan dan lezen we:

    "wanneer uw kinderen later vragen: Wat hebben deze stenen voor u te betekenen? Dan zult gij tot hen zeggen: Dat de wateren van de Jordaan afgesneden werden voor de ark van het verbond des HEREN; toen deze door de Jordaan trok, werden de wateren van de Jordaan afgesneden".113
Het water werd afgesneden vanwege de ark die als eerste door de Jordaan ging. Er is nog iets opvallends:
    "het water, dat van boven afkwam, bleef staan; het rees op als een dam, zeer ver weg BIJ ADAM, de stad". 114
Vanaf Adam wordt er dus een weg gebaand door de Jordaan. Vanaf Adam wordt een weg door de doods-Jordaan gemaakt. Het plaatsje schijnt niet meer te vinden te zijn op de kaart, maar ik hoef het ook niet te vinden want de betekenis in bééld ligt zó voor het grijpen...

Even terzijde: de naam Jordaan komt van 'jor' en dat betekent 'afdaling' en 'daan' verwijst naar de plaats Dan dat in het noorden van Israël lag. Dat is waar de Jordaan ontspringt en vervolgens afdaald naar het zuiden. Afdalend vanaf Dan, dat is de Jordaan.

En dan lees je dat Israël de ark gaat navolgen.

    "dan zult gij ook van uw plaats opbreken en achter haar aan trekken,. Er zij echter tussen u en haar een afstand van ongeveer tweeduizend ellen lengte".115
Israël moest de ark navolgen. Israël moest dezelfde weg gaan. In beeld: Israël wordt opgeroepen om haar Messias na te volgen. Maar... op afstand. Ze volgden de ark niet op de voet, maar op een afstand die voor Israël heel bekend is geworden. Het is nl. een sabbatsreis. Tweeduizend ellen is een sabbatsreis. In onze maten is dat ongeveer een kilometer want een el is zo'n 50 cm.

In 'Het Boek' lees je in Joz. 3:4 "een krappe kilometer". Dat is bijzonder attent van de vertalers, alleen vrees ik dat iets héél belangrijks je dan ontgaat... want dat zit 'm nu juist in die tweeduizend.

Overigens staat nergens expliciet in de Bijbel vermeld dat een sabbatsreis tweeduizend ellen is. Het wordt als bekend verondersteld. 'Handelingen' spreekt over een "sabbatsreis" als afstand tussen de Olijfberg en Jeruzalem116. En dat klopt wel. Die afstand is inderdaad ongeveer één kilometer. In Numeri wordt gesproken over tweeduizend ellen als maat voor de weidegrond die priesters toegewezen kregen117. Die maat van tweeduizend ellen vind je dus vaker.

In Hosea 6 lees je in vers twee dat Israël na twee dagen zal herleven. D.w.z. Israël gaat dezelfde weg als haar Messias. Het zal ook na twee dagen herleven. Wat betekent dat nu? Ik denk dat de 'missing link' in 2 Petr.3:8 te vinden is, waar staat dat voor de Heer één dag is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. Zo rekent de Heer.

Dus als er staat dat Israël na twee dagen zal herleven118 dan betekent dat óf niets, óf het betekent dat Israël na ongeveer tweeduizend jaar tot nieuw leven komt. Israël volgt wel degelijk haar Messias, maar op een afstand. Op een afstand van ongeveer tweeduizend....

    "En de HERE zeide tot Jozua: Op deze dag zal Ik beginnen u groot te maken in de ogen van geheel Israël, opdat zij weten dat Ik met u zal zijn, zoals Ik met Mozes geweest ben". 119
Wou! Wanneer zal Jehoshua groot gemaakt worden voor de ogen van geheel Israël? Op een heel speciale dag. Op de derde dag!

Koningen 20

In 2 Kon. 20 vinden we de geschiedenis van Hizkia. Dit is een fraai voorbeeld van hoe opstanding ten derde dag volstrekt "naar de Schriften" is.

    "In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek... Keer terug en zeg tot Hizkia (wordt tot de profeet Jesaja gezegd), de vorst van mijn volk: zo zegt de HERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord. Ik heb uw tranen gezien; zie Ik zal u gezond maken, op de derde dag zult gij opgaan naar het huis des HEREN".
En dan vraagt Hizkia:
    "Wat is het teken, dat de HERE mij gezond zal maken en dat ik op de derde dag zal opgaan naar het huis des HEREN?" 120
Dan lees je die heel merkwaardige geschiedenis van de schaduw die tien treden terugtreedt. Hizkia is ten dode toe ziek. Zoon van David ... koning van Israël... die onder luid geroep bidt tot God en God verhoort hem... Ik hoop dat u merkt dat ik 't nogal dubbelzinnig formuleer. In Hebreeën staat:
    "Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst". 121
God hoorde Hem en heeft Hem opgewekt uit de doden. Hizkia was doodziek, maar hij werd hersteld. Hij stond (bij wijze van spreken) op uit de dood. Hij werd weer als herboren. Hij kreeg nieuw leven in zijn lichaam en hij ging op naar het huis des Heren. Op de derde dag.

En weet u dat het huis des Heren een beeld is van het hemels heiligdom waar de Heer momenteel inderdaad verkeert? Een koning die ingaat in het heiligdom doet al gauw denken aan een priester natuurlijk. Weliswaar was de combinatie koningschap-priesterschap voor Hizkia onmogelijk maar voor dè Zoon van David bepááld niet. Die is momenteel in het Heiligdom en naar officiële maatstaven behalve Koning óók Priester. "Krachtens onvernietigbaar leven", stelt de Hebreeën-brief plechtig vast. Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek.

Esther 5

    "Op de derde dag nu hulde Esther zich in een koninklijk gewaad en ging staan in de binnenste voorhof van het paleis des konings tegenover de koningszaal, terwijl de koning gezeten was op zijn koninklijke troon in de koningszaal tegenover de ingang der zaal. Toen de koning koningin Esther in de voorhof zag staan, won zij zijn genegenheid en de koning reikte Esther de gouden scepter toe, die hij in zijn hand had; Esther kwam daarop nader en raakte de spits van de scepter aan. Daarop zeide de koning tot haar: Wat hebt gij, koningin Esther, en wat is uw wens? Al was het de helft van mijn koninkrijk - het zal u gegeven worden".122
Wederom op de dérde dag. En opnieuw wil ik de link leggen met de reeds besproken staf. Want een scepter is gewoon (nou ja, gewoon) een staf. Een koningsstaf. En op de scepter is dus van toepassing wat al eerder over de staf is gezegd. Het verwijst naar opstanding. Dus die derde dag hoeft ons niet zo heel erg te verbazen. Bovendien was het een góuden scepter. En wat zei ik al eerder over goud? Dat het een beeld is van onvergankelijke heerlijkheid. Een gouden scepter is daarmee een beeld van een altoos levende Koning.

Wat hier gebeurt in Esther 5 is een omkeer in het boek. Want aan Esther wordt genade bewezen zodat de geschiedenis een wending krijgt. Wat Esther deed viel niet mee want het naderen van de koning kón haar dood betekenen. Maar de gouden scepter werd haar aangereikt. Op de derde dag.

Genade werd haar bewezen.

    "opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Here". 123
De Koning is opgestaan uit de doden. Hij leeft! En Hij leeft onvergankelijk en sindsdien zit genade op de troon. Genade heerst. Dat is wat Esther op deze derde dag ontdekte.
Hosea 6

Hosea 6 is de meest expliciete profetie in het Oude Testament over opstanding uit de dood ten derde dage. Inmiddels hebben we al diverse keren naar deze Schriftplaats verwezen.

Het was in eerste instantie een beetje moeilijk, want als je het goed leest, dan blijkt het hier niet te gaan over Christus, maar over Israël. Maar inmiddels zijn wij wel zo wijs geworden, dat dit in dit verband niet een al te groot verschil is. Want Israël vólgt haar Messias in de opstanding. Gewoon door de Jordaan, bij wijze van spreken. Ook op de derde dag; alleen praat je dan niet meer over een dag van 24 uur.

Tussen twee haakjes: in de Bijbel bestaat een dag sowieso niet uit 24 uren maar "er gaan twáálf uren in een dag" zegt de Here Jezus124. "God noemde het licht dag"125. Vandaar ook dat naar Bijbelse maatstaven een dag eindigt in de avond, wanneer het donker wordt.

    "Ik, Ik zal verscheuren en heengaan. Ik zal wegnemen, zonder dat iemand redden kan. Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren tot mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien".126
Hier zegt de Heer: Ik zal terugkeren naar Mijn plaats en Ik zal Mij voor hen verbergen, maar dat doe Ik totdat. Dat betekent dat Hij Zich weer aan hen bekend zal maken, uit de verborgenheid zal treden, openbaar zal worden; of nog anders gezegd: uit het hemels Heiligdom zal komen. Wanneer zij in een benarde positie zullen zijn en zij zeer "verlangend naar Hem uitzien".

Daar zit zelfs een datering aan vast. Dát is het meest opmerkelijke van deze Schriftplaats. Weliswaar een cryptische, maar niettemin een datering. Want, staat er:

    "Komt, laat ons wederkeren tot de HERE ! Want Hij heeft verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal ons verbinden. Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht. Ja, wij willen de HERE kennen, ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad is zijn opgang" 127.
Net zo zeker als de zon opkomt, zo is Zíjn opgang. Zodat de zonsopgang wordt vergeleken met de komst van de Heer Zelf. M.a.w. bij de aanvang van de derde dag zal Hij komen. Net zoals de Here Jezus ooit op de derde dag "des morgens vroeg" opstond, zó zal ook Israëls wedergeboorte plaatsvinden aan het begin van de derde dag. Als u daaruit een jaartal meent te kunnen destilleren, dan weet u meer dan ik. Daar moet je, denk ik, reuze mee oppassen.

Maar tóch... als je een Bijbels antwoord wilt geven op de vraag wanneer de HERE komt, kun je altijd met een gelovig hart zeggen: Ten derden dage. Dan heb je geen wóórd verzonnen. "Dán komt Hij tot ons". Dan komt Hij tot Israël, om precies te zijn. En voor Israël zal dat betekenen "leven uit de doden"128. Híer staat dat het zal zijn op de derde dag. Het zal niet alleen herleving voor Israël betekenen maar ook de terugkeer van Hem, die Zich tot dusver verborgen hield. Van Hem die is teruggekeerd naar Zijn plaats, de hemel. Israël zal - om zo te zeggen - inmiddels z'n les geleerd hebben en de Ark, haar Messias gaan volgen. Op een vastgestelde afstand ...

Wist u trouwens dat Luther reeds in zijn tijd dit fenomeen van de dagen van duizend jaar ook erkende? Hij verdeelde de wereldgeschiedenis vanaf Adam in zes dagen van duizend jaar en meende dat de dag des Heren daarna zou aanbreken. Dus Luther had óók een idee van wanneer de Heer ongeveer zou terugkeren. Dat maakte hem niet al te veel uit want hij plantte z'n boompje toch wel, zoals u weet.

Jona

Jona is een prachtig type van Israël dat op de derde dag haar taak en missie in de wereld zal gaan uitvoeren, zoals we iets soortgelijks ook in Hosea zagen.

    "En de HERE beschikte een grote vis om Jona in te slokken; en Jona was in het ingewand van de vis drie dagen en drie nachten".129
En wat zegt de Here Jezus?
    "Toen antwoordden Hem enige der schriftgeleerden en Farizeeën en zeiden: Meester, wij zouden wel een teken van U willen zien. Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten".130
Jona is dus niet slechts een type van Israël maar volgens déze uitspraak primair van de Zoon des Mensen, de 'Ben Adam', dat is de Erfgenaam van Adam. Zoals Jona "drie dagen en drie nachten" in de buik van de vis was zó zou ook de Zoon des Mensen diezelfde periode "in het hart der aarde zijn". De hier genoemde termijn heeft al heel wat hoofdbrekens opgeleverd voor de uitleggers. De vráág is natuurlijk hoe de hier genoemde tijdspanne in overeenstemming is te brengen met een begrafenis op de veronderstelde late vrijdagmiddag en een verrijzenis in de vroegte van de zondagochtend. Dat zijn toch niet drie nachten? Sommigen stellen dat dit een Hebreeuws idioom is voor drie etmalen. Een deel van vrijdag, de hele zaterdag en een deel van zondag. Zou het?? Logischer lijkt míj dat Jezus niet begraven werd op vrijdag maar tijdens zonsondergang op donderdag. Toen de dag inmiddels voorbij was. Waarna Hij de donderdagnacht, vrijdagnacht en zaterdagnacht in het graf lag. Drie nachten dus. En vervolgens op de derde dag, de dag na de sabbat, opstond uit de doden.

Hoe het ook zij, Jona's verblijf in de doodswateren van de zee verwijst volgens Jezus Zélf naar Zijn eigen verblijf in het graf. En zoals Jona op de derde dag uit de wateren tevoorschijn kwam zó is ook de Here Jezus op de derde dag uit de dood tevoorschijn gekomen.

Hebt u wel eens het liedje gezongen 'Jonas in de wallevis'? En hebt u zich ook wel eens afgevraagd waarom het dan eindigt met 'van je één... twee...DRIE!!'? Voor kinderen is dit liedje juist zo leuk om wat er dán gebeurt. Want bij de 'drie' komt de grote sensatie! En zo was het ook bij Jona(s). De grote gebeurtenis vond plaats op de derde dag.

Ten slotte

We zijn aan het einde gekomen van een speurtocht door het 'Oude Testament'. Twaalf Bijbelhoofdstukken zijn de revue gepasseerd waarin de frase 'de derde dag' een rol speelt. En we kunnen aan het einde van onze zoektocht niet anders dan Paulus' bewering in 1 Kor.15:4 bevestigen. De opstanding van Christus op de derde dag is inderdaad volkomen "náár de Schriften". Niet slechts naar de Schrift maar naar de Schriften. Sterker: op álle plaatsen in de Tenach waar sprake is van de 'derde dag', verwijst dit bedekt naar wat er rond het jaar dertig van onze jaartelling plaats gevonden heeft in de hof van Arimathea. Naar de weggewentelde steen. Het is dít historische feit dat zonder enige twijfel de kern is van 'het Goede Bericht'. Het Evangelie dat een Kracht Gods is!

 

HOME                    TERUG NAAR DEEL I



83O.a. Num.789

84Hebr.94,5

85Ex.2511

86Hebr.29

87Joh.635

882Kor.47

891Kor.1542,43

90Ex.2533,34

91Jer.111,12

92Num.17

93Hebr.716

94Psalm.234

95Hebr.1121

96Gen.491

97Ex.710

98Num.2011

99Ex.178-16

1002Kon.429

101Joh.95

102Ex.2516

103Ex.3219

104Hebr.109

105Vergl. Ps.409 en Hebr.105-7

106Hebr. 95 Ex. 2518-20

107Rom.325

108Kol.120

109Rom.510

1101Tim.26

111Joh.442 1Kor.1026

112Joz. 3:3

113Joz.46,7

114Joz.316

115Joz.33,4

116Hand.112

117Num.355

118Hos.62

119Joz.37

1202Kon.201 en 5 en 8

121Hebr.57

122Est.51-3

123Rom.521

124Joh.119

125Gen.15

126Hos.515

127Hos.61,2

128Rom.1115

129Jona 117

130Math.1238-40


 

HOME                    TERUG NAAR DEEL I