HOME           GA VERDER NAAR DEEL II

"TEN DERDE DAGE OPGEWEKT, NAAR DE SCHRIFTEN" deel I

"Ten derde dage opgewekt, naar de Schriften" is de bewerkte tekst van een aantal Bijbelavonden (1997) over dit onderwerp. 
Getoond wordt hoe de waarheid van de opstanding van Jezus Christus op de derde dag, schitterend wordt geïllustreerd op vele plaatsen in het 'Oude Testament'.

 

1 Kor. 15:1-8

    "Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u geëvangeliseerd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als ik het u geëvangeliseerd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn. Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. Vervolgens is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen; maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene"
Ik wil speciaal met u gaan nadenken over de zinsnede: "Hij is... ten derde dage opgewekt naar de Schriften"1. Een opvallende uitspraak van de apostel. Want waar stáát dat eigenlijk in de Schriften? En daarmee bedoel ik dan natuurlijk het 'Oude Testament' of, om het wat Joodser te formuleren, 'de Tenach'.

In de Tenach wordt gesproken over de opstanding van de Messias. Dat is niet zo moeilijk. Althans, het was de duidelijke prediking van mannen als Petrus en Paulus. Denk bijv. maar aan wat Petrus op de Pinksterdag verkondigde, nl. dat Jezus opgestaan is uit de dood, geheel in overeenstemming met het boek 'de Psalmen'. In o.a. Psalm 16 blijkt al te zijn geschreven dat Gods heilige geen ontbinding zou zien2.

En dan zegt Petrus dat David dat niet als poëet maar als profeet zei 3. David zag in de toekomst, op Iemand die uit zijn geslacht zou voortkomen: een Koningszoon. Eén uit zijn dynastie. Hij zou geen ontbinding zien want Hij zou opgewekt worden uit de doden.

Later zie je dat deze prediking voortgezet wordt. Paulus vertelt in Hand. 13 dat Christus is opgewekt "gelijk in de tweede Psalm geschreven staat"4. In die Psalm spreekt God de woorden "Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb u heden verwekt"5. En dat "heden verwekt" blijkt te slaan op de opstanding. Dus: Ik heb U heden verwekt... uit de dood!

Trouwens, had de Opgestane Zelf al niet op 'D-Day', incognito, een Bijbelstudie gegeven over dit thema? Aan twee mensen die hun hoop hadden gevestigd op Iemand van wie zij gehoopt hadden dat Hij Israël zou verlossen. Maar inmiddels was het reeds de derde dag (!!) na zijn executie, vertelden ze teleurgesteld... En dan krijgen ze een verwijt te horen van de Vreemdeling:

      "O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om alzó Zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften op Hem betrekking had" 6.
Ik had daar graag bij willen zijn. Later zeggen deze twee mensen dat hun harten brandende waren toe Hij voor hen de Schriften opende. Er ging van alles open op die bewuste dag. Eerst het graf. Toen de Schriften. En later lezen we ook nog: "Toen opende Hij hun verstand, zo dat zij de Schriften begrepen"7.

Er zou nog veel meer aan te voeren zijn over hoe de Schriften spreken over de opstanding van de Messias. Maar nú gaat het om Paulus' bewering: "Hij is ten derden dage opgewekt, naar de Schriften". Dus niet: "Hij is opgewekt naar de Schriften". Dát veronderstel ik even als bekend. Maar Hij is "ten derden dage opgewekt naar de Schriften". Waar staat dat dan?

Er is één Schriftplaats die dat vrij expliciet zou zeggen, oppervlakkig gesproken. In Hosea 6:2 staat: Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten". Daar wordt dus gesproken over een opstanding na twee dagen. Alleen... als je nauwkeurig leest wat daar staat geschreven dan blijkt het niet te gaan om de opstanding van ééniemand, maar om de opstanding van een heel volk. Over Israël namelijk. Israël zal na twee dagen herleven en op de derde dag opstaan en dan "komt Hij tot ons".

Een uitermate belangwekkende profetie, daar niet van. Juíst bij het naderen van het derde Milennium. Ik zal daar nog verschillende keren op terugkomen. Maar nogmaals, Hosea 6 spreekt niet van de opstanding van Christus, maar van de opstanding van Israël op de derde dag.

Dus de vraag blijft: waar zegt de Schrift dat Christus op de derde dag opgewekt moest worden? We moeten vaststellen dat dat nérgens in het Oude Testament staat.

Maar let op: Paulus zégt ook niet dat Christus op de derde dag opgewekt moest worden, maar hij zegt dat Christus op de derde dag "is opgewekt naar de Schriften". Dat wil zeggen in overeenstemming met de Schriften.

De boodschap in het Oude testament (de Tenach) is dat opwekking, meer speciaal wellicht die van de Messias, geschiedt op de derde dag. En dáár willen we ons mee gaan bezig houden.

Als je een concordantie pakt dan kun je zien waar in het Oude Testament zoal gesproken wordt over de "derde dag". We gaan een flink aantal voorbeelden daarvan eens nader bezien.

Laten we beginnen in 'het begin'. In Genesis 1 dus. Want de eerste de beste keer dat er sprake is van de "derde dag" blijkt het inderdaad waar te zijn wat Paulus stelt, namelijk dat opstanding ten "derden dag" naar de Schriften is. Als daaromtrent geen expliciete profetie blijkt te zijn, dan zullen we de bewijsvoering in een andere sfeer moeten zoeken. Niet zozeer in rechtstreekse profetieën maar in beelden, in schaduwen, of in typen zo u wilt. En daarmee is de toon gezet voor deze Bijbelstudie. Het gaat in hoge mate over wat 'typologie' genoemd wordt. De derde dag, zo zal blijken, heeft te maken met het ontstaan van nieuw leven.

Genesis 1: het droge komt tevoorschijn

      "En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën. En God zag, dat het goed was. En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo. En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag".8
Op de éérste dag kwam het licht. "En God zeide: Er zij licht, en er was licht"9. Op de tweede dag scheidde Hij de wateren en plaatste Hij het uitspansel en "God noemde het uitspansel hemel"10.

Maar dan de derde dag. God roept in een wereld die nog helemaal onder water staat, "het droge te voorschijn"11. Op zich is dat al een opvallende gang van zaken in verband met ons onderwerp. Want wat is namelijk het fenomeen dat plaatsvindt op de derde dag? U moet zich dat proberen voor te stellen. Die hele wereld staat blank en dan komt daar uit de wateren land tevoorschijn. Het stijgt op uit de wateren.

Nu vind je wel vaker in de Bijbel dat er iets opstijgt uit de wateren. Bijv. nadat de Here Jezus in de Jordaan gedoopt was door Johannes "stijgt Hij op uit het water"12. Waar is dat water dan een beeld van? Van de dood, het graf. Doodswateren. En als er iets opkomt uit de dood, dan is dat per definitie een beeld van opstanding. In bééld is opstijgen uit het water synoniem met opstaan uit de dood.

Niet alleen bij de dóóp is het water een beeld van de dood, maar ook in de geschiedenis van Mozes. Als Jochebed, de moeder van Mozes hem in een biezen kistje legt. Dat was eigenlijk een grafkistje dat in de Nijl werd geplaatst. De Nijl was één groot kerkhof, want in de Nijl werden alle Israëlietische jongetjes gegooid 13. Dus wat ze eigenlijk doet is Mozes overgeven aan de dood. En wat gebeurt er dan? Mozes wordt gevonden door een Egyptische prinses en hij wordt uit het water gehaald. Daar ontleent hij zelfs zijn naam aan14. Want de naam Mozes betekent: uit het water getrokken. Ook feitelijk een beeld van opstanding. Hij is aan de dood ontsnapt. Er is leven na de Nijl.

In Genesis 1 is dus sprake van wateren én daaruit opstijgend land. Vervolgens is er op die zélfde dag en op dat zélfde land voor het eerst in de Bijbel sprake van leven dat verschijnt. Weliswaar nog slechts vegetatief, maar niettemin 'leven'. "Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen"15. Leven op de derde dag! Leven op het land dat uit de doodswateren opgestegen was.

Dus de eerste de beste keer dat er sprake is in de Bijbel van de "derde dag", blijkt het inderdaad in beeld betrekking te hebben óp, of is er een directe link te leggen náár wat er 4000 jaar later plaatsvond toen de Heer op de derde dag opstond uit de dood en werkelijk onvergankelijk leven aan het licht bracht. In type zie je dit reeds in Genesis 1. Even een zijpaadje: Er wordt gezegd: "God noemde het droge aarde" en de samengevloeide wateren "noemde Hij zeeën". Als wíj het over de aarde hebben, dan denken wij gewoonlijk aan een planeet die in het hemelruim zweeft. Maar als de Bijbel het over de aarde heeft spreekt zij niet over een planeet, maar over het droge. De Bijbel kent geen 'planeet die aarde heet'. Al is dat misschien jammer voor Hal Lindsey. De aarde bevindt zich niet in het hemelruim maar "onder de hemel"16. Wanneer de Bijbel b.v. zegt dat de aarde vast staat17, dan is dat geen astronomische mededeling. Een vaststaande aarde staat tegenover een bevende aarde, een aardbeving namelijk18. "God noemde het dróge aarde". Dát is de definitie. Dus als je op zee bent, dan bevind je je naar bijbelse termen niet meer op aarde. Dan begrijp je ook wat "de einden der aarde"19 zijn. Dat zijn de kuststroken! Dat betekent dus dat de Bijbel er helemaal geen zgn. archaïsch wereldbeeld op na houdt, zoals sommige critici ons willen doen geloven. De wereld die een soort pannekoek zou zijn waar je van af kan vallen. Zo'n conclusie getuigt slechts van onbegrip.

God noemt het droge aarde. Als er in Gen 1:1 staat "In den beginne schiep God de hemel en de aarde", dan staat er voor 'aarde' in het Hebreeuws 'erets'. In Gen. 1 komt dat woord 'erets' vaak voor en in het algemeen wordt het vertaald met twee woorden. Met 'aarde' en met 'land.'

Dat is hetzelfde verschijnsel als het Griekse woordje "gè" dat óók afwisselend wordt vertaald met 'aarde' en 'land'. Denkt u maar aan Mattheüs 24:30 waar in de N.B.G.-vertaling gesproken wordt over "alle stammen der aarde" die de Here Jezus zullen zien. Dat is een eigenaardige uitdrukking. Want het moet toch zijn de "vólkeren der aarde" en de "stámmen van het land"? In de Telos-vertaling wordt het daarom, denk ik, terecht weergegeven met de stammen van het land. Maar het is een lastig geval en moeilijk concordant (= eensluidend) te vertalen.

We gaan weer terug naar de les. Het ging er dus om dat in Genesis 1 voor de allereerste keer sprake is van de derde dag.
 

Genesis 22

    "Hierna gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zeide tot hem: Abraham, en deze zeide: Hier ben ik. En Hij zeide: Neem toch uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, Isaäk, en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op een der bergen, die Ik u noemen zal. Toen stond Abraham des morgens vroeg op, zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn knechten met zich, benevens zijn zoon Isaäk; hij kloofde hout voor het brandoffer, begaf zich op weg en ging naar de plaats, die God hem genoemd had. Toen Abraham op de derde dag zijn ogen opsloeg, zag hij die plaats in de verte"20.
Het gaat ons natuurlijk om deze laatste regel. Wat er vervolgens in deze geschiedenis gaat gebeuren is dat Abraham inderdaad zijn zoon op het hout gaat leggen. Overigens: voordat Abraham de knechten zou achtergelaten zei hij: wacht hier totdat "wij" terugkeren. M.a.w. Abraham zei tegen die knechten: niet alleen ik, maar ook Isaäk zal weer terugkeren... Hij wist dat hij Isaäk moest offeren want dat was de opdracht. Maar Abraham zegt niettemin tegen de knechten: "wij zullen terugkeren"21.

Daarom kon de Hebreeënbrief-schrijver later zeggen dat Abraham geloofde in de opstanding.
 

    "Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Isaäk ten offer gebracht, en hij, die de beloften aanvaard had wilde zijn enige zoon offeren, hij, tot wie gezegd was: Door Isaäk zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken, en daaruit heeft hij hem bij wijze van spreken ook teruggekregen".22
M.a.w. wat er op deze derde dag plaatsvond is dat Abraham Isaäk bij wijze van spreken uit de dood terug heeft ontvangen. De geliefde en enige zoon. De zoon van de belofte. Expres gebruik ik woorden die een dubbele bodem hebben.

Voor kenners verwijs ik natuurlijk naar de Zoon van Abraham. Zo wordt hij immers in het Nieuwe Testament geïntroduceerd. De eerste zin die we in het Nieuwe Testament vinden is "Geslachtsregister van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham".

Over die Zoon van Abraham heb ik het in diepste zin. Het gaat hier in Gen. 22 over de enige zoon die geofferd wordt. Tot een 'offer der opstijging', want dat is de letterlijke vertaling van het Hebreeuwse woord dat gewoonlijk met 'brandoffer' vertaald wordt. Het brandoffer is een 'offer der opstijging'.

Vaak is het zo dat bij de vooruitwijzende betekenis van offers gedacht wordt aan het sterven en de dood van de Here Jezus. En dat is wáár, maar er is een hele groep offers met een nog veel vérdergaande betekenis! En dat wordt maar zelden ingezien. Met náme is dit het geval bij het brandoffer dat niet zozeer wijst op het stérven van de Here Jezus maar op wat vólgde. Want de clou van het brandoffer is niet dat het geslacht werd. Dat was weliswaar een voorwaarde, maar een geslacht offer was nog geen brandoffer. Dan begón het pas! Het werd pas een brandoffer nadat het geslacht was. Wanneer het op het altaar (een verhoging!) gelegd werd en vervolgens opsteeg "Gode tot een lieflijke reuk"23.

Een brandoffer was een geslacht lam dat opstéég. Daarom ligt het sterk voor de hand om brandoffers te zien als een type van de opstanding van Christus. En trouwens ook van Zijn hemelvaart en verdere verheerlijking. Van het feit dat Hij, nadat Hij geslacht werd opsteeg, verhoogd werd tot de hoogste hemelen.

Dát was voor God tot "een lieflijke reuk". Want we moeten ons realiseren dat toen Hij geslácht werd, Hij van God verláten was24. Toen was Hij een zondoffer. Van een zondoffer lees je beslist niet dat het voor God "tot een lieflijke reuk" was. Integendeel! Het moest buiten de legerplaats verbrand worden omdat het een gruwel was25. Het werd geïdentificeerd met de zonde. Ook dát is vervuld in Jezus. Hij was het ware zondoffer toen Hij stierf buiten de poorten van Jeruzalem26. "Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt", lezen we27. Maar het brandoffer ziet daar overheen. Daar gaat het om wat er gebeurde nadat Hij geslacht was en hoe Hij op de derde dag opsteeg uit de dood en verheerlijkt werd. De vrijwillige offers, de brandoffers, de vredeoffers en ook de spijsoffers hebben betrekking op "al de heerlijkheid daarna", zou Petrus zeggen (1 Petr.1:11).

In Gen. 22 lees je dus dat Isaäk tot een brandoffer gemaakt moest worden28. En juist op die derde dag kreeg Abraham zijn zoon weer terug. Bij wijze van spreken als uit de dood. "Abraham heeft overwogen"29. Abraham's geloofslogica ging werken. God had gezegd "door Isaäk zal men van nageslacht van u spreken", dus dacht Abraham als ik Isaäk moet offeren, dan krijg ik Isaäk gewoon weer terug uit de dood. Dat is nog eens gelóóf.

Daarom kon hij ook tot zijn knechten zeggen: "Wanneer we hebben aangebeden, zullen wij tot u terugkeren". Hoe wist hij dat nu? Abraham heeft "overwogen dat Gód bij machte was" en daar kom je nooit bedrogen mee uit.

Tussen twee haakjes: ik denk dat de mensen in die tijd veel meer wisten dan wij vaak dénken dat ze wisten. Ik lees nergens in Genesis dat Abraham bekend was met opstanding uit de doden. Maar de Hebreeënbrief laat er geen misverstand over bestaan dat Abraham daar niettemin mee rekende.

Wij zijn te veel behept met de evolutie-gedachte. We zeggen dan: 'wij leven inmiddels in de 20e eeuw en we zijn in vergelijking met vroeger veel verder'. En dat klopt wel, maar dan... veel verder van huis! We raken steeds verder van onze Oorsprong verwijderd.

Abraham leefde 'nog maar' zo'n 2000 jaar na Adam. God had Zijn gedachten bekend gemaakt aan Adam en generatie op generatie is dat doorverteld en ook Noach - dat blijkt uit allerlei details - moet veel geweten hebben van wat wij symboliek en typologie noemen.

Daar is vandaag heel weinig kennis meer van overgebleven. Wat de betekenis is van dingen in de natuur en hoe b.v. de sterrenhemel een uitdrukking is van Gods heerlijkheid. Maar God maakt zich niet alleen bekend door Zijn Wóórd maar ook door Zijn schepping. De natuur en de schriftuur zijn twee boeken van één Auteur.

Als b.v. Jakob zijn hoofd op een steen gelegd heeft nadat hij gevlucht is voor zijn broer30 dan krijgt hij een droom en als hij 's morgens opstaat dan lees je dat hij zegt: "dit is niet anders dan een huis Gods"31. Vervolgens maakt hij die steen tot een opgericht teken; hij maakt die steen tot een opgestane (!!) en hij zalft hem. In het Hebreeuws staat er eigenlijk dat hij die steen tot een Messias maakte.

Waarom zou Jakob dat gedaan hebben? Zou Jakob niet veel meer van de diepe betekenissen daarvan geweten hebben? Of deed hij dat zomaar?

Hoe dan ook, wat je ziet in Gen. 22 is dat Abraham zijn enige, geliefde zoon bij wijze van spreken uit de dood terug ontving. Op de derde dag.
 

    "Toen riep de Engel des Heren ten tweeden male van de hemel tot Abraham en zeide: Ik zweer bij Mijzelf, luidt het woord des HEREN: omdat gij dit gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt, zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht (lett. met uw zaad) zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt".32
Als je dan het latere commentaar van Paulus in de Galatenbrief leest dan zegt hij "hét zaad" van Abraham, dat is Christus33.

Omdat de zoon, de enige, de geliefde, de zoon der belofte ten offer is gebracht en bij wijze van spreken uit de dood terug is gekeerd op de derde dag... dáárom zal God Zijn belofte aan Israël vervullen. Door het Zaad van Abraham zal de héle wereld gezegend worden.

Ik kan u verzekeren dat dat héél ver gaat! Veel verder nog dan een vervulling in het Messiaanse vrederijk van de toekomst. Paulus zegt in 1Kor.15 dat Christus moet heersen totdat uiteindelijk ook de láátste vijand, dat is de dood, zal zijn teniet gedaan. Weet u hoe Christus dat zal doen? Door de dood te verslinden in de overwinning! Door alle mensen levend te maken. Levend te maken zoals Hijzelf als Eersteling werd levendgemaakt in onvergankelijkheid, eer en heerlijkheid. Dát leven zal de hele mensheid eens kennen! Zoals nu alle mensen in Adam stervelingen zijn zó zullen ze straks in Christus allemaal worden levendgemaakt. Ieder in zijn eigen rangorde34. Daarom heet Hij ook "de laatste Adam"35. Net als Adam omvat Hij de gehele mensheid!

Laat u alstublieft nooit wijsmaken dat er een 'nimmer eindigende dood' is. Dat is een ontkenning van Pasen. Ook "de tweede dood" waar Openbaring over spreekt zal worden teniet gedaan. God maakt immers ALLES nieuw. Alles wat verloren was zal de grote Eigenaar dan weer hebben teruggevonden36. Want Hij wil de hele mensheid redden! En dacht ú dat Hij daarin zal falen?37 Dat Hij zal verlaten wat Zijn hand begon? Dat wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegd wordt door Zijn vermogen??38

Als je Gen. 22 op je laat inwerken, dan is het feitelijk zo dat vanuit Isaäk zich een enorm vergezicht ontvouwt dat betrekking heeft op dé Zoon der belofte.
 

    "Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken".39
De enige Zoon is gegeven en Hij is op de derde dag opgestaan uit de doden. En op grond van dat feit zal God niet slechts Zijn beloften gaan vervullen aan het volk en het land van Israël. Maar de hele volkerenwereld, alle geslachten van de aardbodem zullen gezegend worden in het Zaad van Abraham.

Die opwekking ten derden dagen is wel degelijk "naar de Schriften". We hebben pas twee keren gezien dat er überhaupt sprake is van "de derde dag" in de Bijbel. In Gen. 1 en Gen. 22. En de voorlopige conclusie is dat het nergens anders betrekking op heeft dan op het Leven dat sterker is dan de dood.

Onder de oppervlakte van deze geschiedenissen worden de schijnwerpers gericht op die Ene Zoon, de Geliefde die op de derde dag verrees.

Jozef - Genesis 40

Gen. 40 is de geschiedenis van Jozef in de gevangenis.
 
    "Op DE DERDE DAG nu, de geboortedag van Farao, maakte hij een maaltijd voor al zijn dienaren. En hij verhief het hoofd van de overste der schenkers en het hoofd van de overste der bakkers te midden van zijn dienaren. Want hij herstelde de overste der schenkers in zijn schenkersambt, zodat hij de beker weer in Farao's hand gaf. Maar de overste der bakkers hing hij op, zoals Jozef hun had uitgelegd. Doch de overste der schenkers dacht niet aan Jozef, maar vergat hem".40
Het zou heel boeiend zijn om dieper in te gaan op deze geschiedenis en de geschiedenis van Jozef in het algemeen, maar we beperken ons tot het principe van de derde dag. Het ligt er hier niet zo duidelijk boven op als in Gen.22. Maar toch... op de derde dag is er sprake van een verhoging. Zowel in het positieve als in het negatieve. Want ook de bakker werd "verhoogd" ook al zag dit er niet zo best voor hem uit.

Ik ben echt niet muzikaal maar wil toch voorzichtig wijzen op een muzikale uitdrukking waarvan u vast wel eens hebt gehoord: 'de grote terts'. Dat betekent 'de grote derde'. Als je naar radio 4 luistert dan hoor je weleens dat iets gespeeld wordt in "grote terts".

Een andere term die gebruikt wordt voor 'grote terts' is 'majeur'. Je hebt ook de "kleine terts" en dat is 'míneur'. 'Terts' is het latijnse woord voor derde en 'grote terts' wil zeggen dat de derde toon omhoog gaat. Bij de derde vindt er een verhoging plaats. Dat is 'grote terts' en als iets in grote terts is dan is dat in majeur en dat begrip betekent gewoonlijk dat het zeer vrolijk is. Gaan er al belletjes bij u rinkelen? En als het bij de derde toon omláág gaat dan is het in mineur.

Een aardig voorbeeld van een lied dat in beide toonsoorten gespeeld wordt is Psalm 146. "Prijst de Heer met blijde galmen". In de reformatorische kerken bestaan ze het om dit in míneur te zingen. Dat is echt geen gehoor wanneer je goed op de tekst let.

Hoe dan ook: bij de derde vindt er dus een verhoging plaats. Dat is in deze geschiedenis ook het geval. Zowel voor de schenker als voor de bakker. De een in majeur en de ander in mineur.

Dan lees je in het vervolg dat "na verloop van twee volle jaren droomde Farao"41 en eindelijk komt Jozef uit de gevangenis.

Jozef, de geliefde zoon van de vader... verkocht door zijn broeders... dood gewaand door Jakob... komt in het verborgene in Egypte. Dan komt hij in het huis van Potifar en later in de gevangenis42. In het verborgene, buiten de maatschappij, want in de gevangenis word je buiten de samenleving geplaatst. Na "twee jaren" wordt hij uit de gevangenis gehaald, verhoogd en koning. Dan komen ook zijn broeders en die herkennen hem dan uiteindelijk in zijn koninklijke heerlijkheid. Dan blijkt de doodgewaande wel degelijk de levende te zijn!

Maar in de tussentijd, in die "twee jaren", is hij de miskende. Wie is hij? Waar is hij? Niemand weet van hem; hij werd zelfs door de schenker vergeten. Dat is typerend voor de positie van Christus in onze dagen. En eigenlijk ook voor hen die van Hem zijn. Zoals Paulus zegt: "uw leven is verborgen met Christus in God".43 Want Christus is vandaag verborgen; Hij staat buiten de maatschappij. En dat terwijl Hij de beloofde Koning is en alle beloften die God gedaan heeft m.b.t. Israël en de volkerenwereld in Hém gerealiseerd zullen worden. Maar wat zien we er vandaag van? Helemaal niets. Het is alles verborgen. En zo hoort het ook.44

Mag ik nog een link leggen naar het Nieuwe Testament? Vanuit welke plaats wordt de Verborgenheid door de apostel Paulus bekend gemaakt? Inderdaad, vanuit de gevangenis45! En vandaaruit publiceert hij geen boeken of zo, nee, hij schrijft brieven aan individuen en groepjes mensen. Hij voert, zo zou je kunnen zeggen, een ondergrondse beweging aan.

En hoelang verbleef Paulus daar als gevangene? "De volle termijn van twee jaar"46 Is dat niet opmerkelijk?

Exodus 19

Exodus 19 is nog zo'n Schriftplaats dat profetisch betrekking heeft op wat er straks gaat gebeuren. Daar lees je dat Israël gesteld wordt tot "een koninkrijk van priesters"47 en dat de Heer gaat nederdalen voor de ogen van het hele volk "op de derde dag".
 

    "Toen klom Mozes op tot God, en de HERE riep tot hem van de berg, en zeide: Zó zult gij zeggen tot het huis van Jakob en meedelen aan de Israëlieten: gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Isralieten spreken zult."48
Later worden deze woorden door Petrus aangehaald49.
 
    "Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom"
En Johannes zegt50
 
    "en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt".
Dat zij deze uitspraken doen is niet zo gek want Petrus en Johannes richten zich volgens een uitdrukkelijke afspraak specifiek tot de besnijdenis51. Dat is dus geheel in overeenstemming met het feit dat Mozes de genoemde woorden tegen de Israëlieten moest spreken52. Het is dus niet zo dat Petrus en Johannes dit tegen 'de Kerk' zeiden of zo. Nee, deze woorden zijn heel speciaal bestemd voor Israël. Wanneer zullen deze woorden werkelijkheid worden?
 
    "En de HERE zeide tot Mozes: Ga tot het volk: heilig hen heden en morgen, en laten zij hun klederen wassen. En tegen de derde dag zullen zij gereed zijn, want op de derde dag zal de HERE nederdalen voor de ogen van het gehele volk op de berg Sinaï"53
    "En het geschiedde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er donderslagen en bliksemstralen en een zware wolk op de berg waren en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in de legerplaats was, beefde"54
Wat hier op de derde dag plaatsvindt gaat in de nabije toekomst ook op de derde dag plaatsvinden. Althans, zoals de Heer rekent. Na twee dagen van duizend jaar namelijk.
 
    "Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag".55
En Hosea zegt na: "twee dagen zal Hij tot ons komen".56

Wanneer komt de HERE? Wanneer zal de HERE nederdalen voor de ogen van het ganse volk onder luid bazuingeschal? Op de "derde dag"57! Dan zal Israël "een koninkrijk van priesters" worden. Juist ten behoeve van alle volkeren der aarde. Dat ligt verborgen in Ex. 19. Het is natuurlijk historisch - de HERE ís toen op de derde dag neergedaald op de berg - maar er zit een dubbele bodem in. Want het heeft ongetwijfeld bovenal betrekking op wat er in de toekomst gaat gebeuren. Dan zal de HERE opnieuw op de derde dag, voor de ogen van het volk neerdalen onder luid bazuingeschal! En dan zal Israël inderdaad worden waartoe zij reeds zo lang is uitverkoren. Een "koninkrijk van priesters".

Leviticus 7

Leviticus 7 is misschien niet zo'n spectaculair voorbeeld als de voorgaande, maar toch de moeite waard om er even bij stil te staan.
 

    "Indien het slachtoffer dat hij als offergave brengt, een gelofteoffer of een vrijwillig offer is, dan zal het op de dag waarop hij zijn slachtoffer brengt, gegeten worden, en op de volgende dag zal ook hetgeen daarvan overbleef, gegeten worden. Maar wat dan nog van het vlees van het slachtoffer overblijft, zal op de derde dag met vuur worden verbrand.58
Als je dit zo leest, denk je misschien: 'o, dat heeft te maken met de toestand in de woestijn. Het vlees bleef maar twee dagen goed en op de derde dag mocht er daarom niets van overblijven. Een soort uiterste houdbaarheidsdatum. Maar laten we de lijn nu eens vasthouden die we tot dusver hebben gevolgd.

Het slachtoffer moest opgaan, opstijgen ... op de derde dag. Zal ik 't nog anders zeggen? Het Lam dat geslacht was... moest (op-)staan59. Onder de oppervlakte ligt ook hier het Paas-motief verborgen.60

Numeri 19

In Numeri 19 gaat het over het offer van de rode vaars. Dit is een nogal bijzonder offer. Net als zoveel van de priester- en offerdienst wordt ook dít in de Hebreeënbrief aangehaald61. De Hebreeën-brief laat zien dat al deze zaken vervuld zijn en worden in de Here Jezus Christus.

Een vaars dat is een koe van nog geen twee jaar. Het moest een rode zijn. In het Jodendom worden momenteel ook weer rode vaarsen geteeld. Heel veel attributen liggen al klaar voor als straks de offerdienst hersteld gaat worden. Want de Joden verwachten (terecht!) dat de offerdienst weer hersteld zal worden.

Let ook nu weer op de vermelding van de derde dag.
 

    "Hij die het lijk van enig mens aanraakt, zal zeven dagen onrein zijn. Hij zal zich op de derde dag ermee ontzondigen, en op de zevende dag zal hij rein zijn".62
Het gaat hier om besmetting met de dood waardoor iemand onrein werd. Hij die het lijk van een mens aanraakte werd onrein. Dat betekent niet perse dat iemand daarmee schuld had. Dat idee hebben wij vaak bij onrein. Maar iemand die onrein was was niet meer geschikt voor het heiligdom. Hij kon geen deelnemen aan de eredienst en zo. Zo iemand stond ritueel op non-actief en dat had op zich niets met schuld te maken. Een menstruerende vrouw was b.v. ook onrein maar daarom nog niet schuldig. Er zijn tálloze voorbeelden in Leviticus en Numeri waar gesproken wordt over onreinheid zonder dat het iets met schuld te maken heeft. Dat is hier ook zo. Je kon met een lijk in aanraking komen. Dat was niet noodzakelijk een misdaad maar het maakte je wel onrein. En dan staat er: "hij zal zich op de derde dag ermee ontzondigen"63. Op de derde dag hield de besmetting met de dood op! Gaan er al lampjes branden?

Paulus zegt "En indien Christus niet is opgewekt....dan zijt gij nog in uw zonden"64. Want hét bewijs van de ontzondiging bij uitstek, werd geleverd op de meest gedenkwaardige derde dag ooit. Ik las deze week in 'Visie' van een predikant die zei: "er wordt veel te weinig de nadruk gelegd op de opstanding van Christus". Dat zou ik duizendkoppig willen onderschrijven. Want het accent van de prediking van het Nieuwe Testament is niet het kruis - lees bijv. het boek Handelingen er maar op na. Petrus zegt dat hij getuige is van de ópstanding van Christus65 en Paulus zegt precies hetzelfde. De opstanding geeft met terugwerkende kracht zijn betekenis aan Golgotha.

Inderdaad, Paulus predikte Jezus Christus, die gekruisigd ís66. Dat is voltooid! En dáár begint nu juist het Evangelie! Het is in de Bijbel niet zoals in het Rooms-katholicisme waar sprake is van een kruis waar Jezus nog aanhangt, een crucifix. Wij kennen een léég kruis. En een leeg kruis is in feite een embleem van de opstanding. "Hij is hier niet!" Hij is opgewekt!

Daarmee denigreer ik Golgotha niet. Hoe zou ik durven? "Eén stierf voor allen". Voila. Maar tóch zegt Paulus:

     "Christus Jezus is de Gestorvene, wat méér is de Opgewekte".67
Dat Hij leeft is méér! Dát is ook het Evangelie: Jezus Christus is opgestaan uit de doden. In 2 Tim. 2 - het is de laatste brief die Paulus heeft geschreven - lezen we "Gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt"68. En dan staat er achter "uit het geslacht van David, naar mijn evangelie, waarvoor ik kwaad lijd". Dat is wat Paulus "mijn evangelie" noemt.
 
    "En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof"69.
Wanneer je van deze uitspraak een positieve statement maakt, staat er niets anders dan dat de inhoud van prediking en geloof bestaat in... de opgewekte Christus. Dáár gaat het allemaal om.

Wanneer mensen het Evangelie samenvatten hoor je vaak "Ik weet dat Jezus voor mijn zonden is gestorven". Punt. Ik vind het jammer dat zoveel mensen 'het Goede Bericht' daarmee reduceren. Want het Evangelie is juist dat Hij opgewekt werd uit de dood. Wij hebben een levende Heer!

      "Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden".70
Daar wordt niet gezegd: Indien u gelooft dat Hij voor uw zonden gestorven is; dat staat hier helemaal niet eens. Lees het ook maar na in het boek Handelingen. Daar wordt niet door Petrus of door Paulus op het tempelplein of de Areopagus gepredikt dat Jezus voor de zonden gestorven is, hoewel dat op zich natuurlijk waar is. Maar ík lees dat daar niet. Daar wordt getuigenis afgelegd dat Jezus is ópgestaan uit de doden.

Terugkomend op Num. 19: de ontzondiging vond plaats op de derde dag71 en dan staat er ook "en op de zevende dag zal hij rein zijn". Dat wordt speciaal tegen Israël gezegd. En wat is die "zevende dag"? Daar zit, denk ik, een verwijzing in naar de sabbatdag die voor Israël zal aanbreken; het Vrederijk. Dat is de zevende dag bij uitstek, juist voor Israël. Ik denk dan weer aan de Hebreeënbrief waar gesproken wordt over de sabbatsrust die overblijft voor het volk van God. "Laten wij er dus ernst mede maken om tot die rust in te gaan"72. In die sabbatsrust, in die zevende dag zal Israël daadwerkelijk rein zijn. Waarom? Vanwege de ontzondiging op de "derde dag"!

Met die "derde dag" en de "zevende dag" is trouwens ook een link te leggen naar het begin van het Evangelie naar Johannes. In hoofdstuk één lees je drie keer van "de volgende dag"73. En dan staat er in Joh. 2:1 "en op de dérde dag was daar een bruiloft" en wanneer je dit natelt blijkt dat deze "derde dag" eigenlijk de zevende dag van een reeks is. Vanuit profetisch perspectief is dat weer zo'n eigenaardig fenomeen. Want wanneer je de Bijbelse geschiedenis verdeelt in millennia (duizendtallen van jaren) dan krijg je ongeveer het volgende plaatje te zien. Van Adam tot Abraham is 2000 jaar. Vervolgens is de periode van Abraham tot Christus opnieuw 2000 jaar. En vanaf toen begon onze huidige jaartelling te lopen en die is opnieuw de 2000 genaderd. En indachtig wat Petrus in zijn tweede brief schrijft74 zijn er dus momenteel ongeveer zes dagen van duizend jaar voorbij. Oftewel: de zevende dag staat op het punt aan te breken! En de zevende dag is de dag van de sabbat. En is dat niet de beroemde dag des Heren? En bovendien -hoe kan het ook anders?- een dag die volgens Openbaring 20 óók weer 1000 jaar zal duren.

Maar nu komt het. Wanneer we rekenen vanaf Israëls terzijdestelling in de eerste eeuw van onze jaartelling... dan blijkt de zevende dag identiek te zijn aan de derde dag! De zevende dag is in zekere zin dus ook de derde dag. Op die dag zal er een bruiloft zijn. En wat voor één! Wanneer je Hosea leest dan ontdek je dat God Zijn oude volk opnieuw zal huwen. "Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig"75. Het is werkelijk schitterend wanneer je met dít in gedachte 'de bruiloft te Kana' leest.

Jozua 1

Op de derde dag gaat de ark door de Jordaan.

    "Toen beval Jozua de opzieners van het volk: Gaat midden door de legerplaats en beveelt het volk aldus: bereidt u teerkost, want binnen drie dagen zult gij de Jordaan hier overtrekken om bezit te gaan nemen van het land, dat de HERE, uw God, u tot een bezitting geven zal".76
"Binnen drie dagen". Die uitdrukking komen we bijv. ook tegen in Johannes 2. Daar zegt de Here Jezus op het tempelplein "Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen"77. Dat werd toen volkomen verkeerd opgevat omdat men dacht dat Jezus het had over het tempelcomplex waar Hij Zich op dat moment bevond. Maar niettemin was het wel een waarheid. Die uitspraak speelt ook later een belangrijke rol in het proces dat vlak vooraf ging aan Zijn kruisiging. Toen werden er getuigen opgeroepen waarvan er één zei: "Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen"78. Binnen drie dagen; deze uitdrukking staat in het Nieuwe Testament voor de tijd van Kruis tot Opstanding.

In Jozua 1 lees je deze uitdrukking met betrekking tot de doortocht door de Jordaan. Binnen die drie dagen zal Israël de tocht door de Jordaan maken en een nieuw begin maken in het beloofde land. Want dat is het eigenlijk. De Jordaan is een grens en als je daar over bent dan ben je in het beloofde land. Vanouds is de Jordaan dan ook een symbool van de dood: de doods- Jordaan waar je doorheen moet om in het beloofde land te komen.

Het was niet voor niets dat Johannes juist in de Jordáán doopte79. Waarbij de doop zo'n prachtig beeld is van ondergaan in het watergraf en van daaruit weer oprijzen.

En het was óók niet voor niets dat Naäman juist in het troebele water van de Jordaan zich moest onderdompelen om daar weer als herboren uit te voorschijn te komen80.

Jozua 3

    "Toen stond Jozua des morgens vroeg op".81
Jozua, dat is de Hebreeuwse vorm van de Griekse naam Jezus. Jehoshua. "Toen stond Jehosjua des morgens vroeg op". Denkt u dan ook meteen aan die andere Jehosjua die des morgens vroeg opstond?
    "En hij en al de Israëlieten braken op van Sittim en kwamen tot aan de Jordaan, waar zij overnachtten, (dat is de tweede dag) voordat zij overtrokken (de derde dag)... Na verloop van drie dagen gingen de opzieners de legerplaats door en zij gaven het volk dit bevel: Zodra gij de ark des verbonds van de HERE, uw God, ziet en de levitische priesters, die haar dragen, dan zult gij ook van uw plaats opbreken en achter haar aan trekken".82
Hier wordt gesproken over de ark van het verbond, die Israël moest navolgen. Eerst moest de árk door de Jordaan. Wat betekent nu die ark? Waar wijst de ark op? Laten we daar eens wat uitvoeriger op ingaan.

GA VERDER NAAR DEEL II

11 Kor.154

2Hand.227(b)

3Hand.230

4Hand.1333

5Hand.1334 en Psalm 27

6Luk.2425-27

7Luk.2432,45

8Gen.19-13

9Gen.13

10Gen.16-8

11Gen.110

12Math.316

13Ex.122

14Ex.210

15Gen.111

16Deut.1121 Job.2824

17Ps.11990

18Hab.36

191 Sam.210

20Gen.221-4

21Gen.225

22Hebr.1117-19

23B.v. Ex.2918

24Math.2746

25Lev.611

26Hebr.1312

27Gal.313

28Gen.222

29Hebr.1118

30Gen.2810-22

31Gen.2817,18

32Gen.2215-19

33Gal.316

341 Kor.1522-28

351 Kor.1545

36Luk.154

371Tim.24 en 1Tim.410. Zie ook in dit verband Rom.518.

38Om dit te verstaan, dient men zich wel te realiseren dat 'eeuwige tijden' (2Tim.19) in de Schrift zowel een begin als een einde hebben. Het 'eeuwige oordeel' is niet eindeloos maar houdt verband met 'eeuwen', tijdperken.

39Rom.832

40Gen.4020-23

41Gen.411

42De gevangenis is kennelijk het andere huis van Potifar; vergl. Gen.391 en 403

43Kol.33

44Hebr.28

45Efeze 3 vanaf vers 1.

46Hand.2830

47Ex.196

48Ex.193-6

491Petr.29

50Openb.16

51Gal.27-9

52Ex.193

53Ex.1910

54Ex.1916

552Petr.38

56Hosea 62

57Ex.1916

58Lev.616,17

59Openb.512

60Een zelfde gedachte vind je trouwens ook in Lev. 19:6.

61Hebr.913

62Num.1911,12

63Num.1912

641Kor.1517

65Hand.122

661Kor.22

67Rom.834

682Tim.28 In het origineel staat het woordje "dat" niet. Dus: gedenkt Hém die uit de doden opgewekt werd.

691Kor.1514

70Rom.109

71Num.1912

72Hebr.411

73Joh.129,35,44

742Petr.38

75Hosea 218

76Jozua 110,11

77Joh.219

78Math.2661

79Math.36

802Kon.5

81Jozua 31

82Jozua 32,3

 

HOME           GA VERDER NAAR DEEL II