ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 21 september 2005:

de liefde Gods

1Korinthe 13 ('het Hooglied van het Nieuwe Testament') gaat door voor één van de bekendste gedeelten van de Bijbel. Dat neemt niet weg dat de strekking en betekenis van het hoofdstuk juist zeer onbekend is. En dat niet alleen omdat de apostel in dit hoofdstuk toont dat de 'wondergaven' (vreemde talen en profetieën) waar de Korinthiërs zo hoog over opgaven, slechts van tijdelijke aard waren en binnenkort zouden verdwijnen (meer info). Ook het wezen van de liefde die hier bezongen wordt is, wordt gewoonlijk mis verstaan. 1Korinthe 13 gaat namelijk niet over menselijke liefde. De volgende twee redenen maken dat duidelijk:

reden # 1:

Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.
vers 3

Naar puur menselijke maatstaven zijn zulke uitingen het toppunt van menselijke liefde. Toch zegt Paulus dat het zo iemand kan ontbreken aan DE liefde. Kennelijk spreekt Paulus over een liefde die boven zulke ultieme menselijke liefde uitstijgt.

reden # 2:

De liefde vergaat nimmermeer
vers 8

Omdat de mens zelf vergankelijk is, is hij ook niet in staat om onvergankelijk lief te hebben. Zelfs de meest innige liefdesband tussen mensen (het huwelijk), staat in het teken van de vergankelijkheid. "Tot de dood ons scheidt...".

Het kan niet missen of de Liefde die hier bezongen wordt is niet minder dan de liefde Gods! Slechts van die liefde kan gezegd worden dat ze nimmer vergaat. Of zoals b.v. de King James weergeeft: "... never fails" (= nimmer faalt). Een Liefde die volstrekt onvoorwaardelijk is want niet gebaseerd op deugden van de ander. Vandaar ook dat Paulus hier een uitzonderlijk Grieks woord voor liefde gebruikt: agapé. Een woord dat in het gewone Griekse spraakgebruik niet meer was dan een abstractie of utopie. In de Schrift daarentegen is deze Liefde een realiteit: God heeft ieder creatuur lief. Niet vanwege verdiensten, niet om goed gedrag, zelfs niet omdat we Hem geloven, ook niet om ... vul zelf maar in. De grond van Gods liefde voor Zijn schepping is gelegen in het feit dat het Zijn schepping is. We zijn werk van Zijn handen en dáárom laat Hij ons nooit, nooit en nog eens nooit varen. "Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet". Hij wil dat alle mensen worden gered en Hij is een Redder van alle mensen (1Tim.2:4; 4:10).

God heeft Zijn liefde bewezen, doordat Christus voor ons stierf toen wij nog goddelozen en vijanden waren (Rom.5:5-10). Zonder deze donkere achtergrond (dood, goddeloosheid, vijandschap) zouden we geen kennis hebben van Gods ultieme bewijs van liefde. Velen vragen zich af hoe een God van liefde het kwaad kon toelaten in de wereld. Men realiseert zich niet dat het kwaad juist noodzakelijk is om Gods liefde te laten schitteren. Zonder obstakels, weerstanden en moeite zou Zijn liefde een goedkope kreet zijn gebleven. Juist om het bewijs van liefde te kunnen leveren had God het kwaad nodig als decor.

Zonder het kennen van "de liefde Gods, welke is in Christus Jezus" (Rom.8:39), is de mens slechts een "schallend koper" of een "rinkelend cimbaal" (vers 1). Maar omgekeerd: wanneer we haar leren kennen, dan krijgt ons bestaan ongekende dimensies, zodat we...

... in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.
Efeze 3:18,19

Omdat de liefde Gods in ons harten schijnt, dringt Zijn liefde ons vervolgens ook. Het gaat niet om onze liefde voor Hem, maar om Zijn liefde voor elk mensenkind. Zijn Liefde mag onze motivatie en richtsnoer worden.

Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor allen gestorven is.
2Korinthe 5:14,15



ga naar thuis-pagina