ga naar thuis-pagina

laatste wijziging 5 juli 2005:

twee gemeenten?

VRAAG:
Is de gemeente waarvan Paulus spreekt, een andere dan waar Petrus en de zijnen toe behoren? Aan Paulus was immers een unieke evangelie-boodschap toevertrouwd.

ANTWOORD:
De laatste zin klopt. Toen Israëls verwerping van de opgestane Messias (beschreven in het boek Handelingen) zich begon af te tekenen, werd vanuit de hemel "Saulus, anders gezegd Paulus" geroepen. Een nieuwe fase brak aan. Israël moest plaats maken voor de natiën en de openbaring van het Koninkrijk maakte plaats voor een verborgen Koninkrijk. Het uitzicht op de komende aeon werd een uitzicht op "de einden der aeonen". Via Paulus werd bekendgemaakt wat karakteristiek is voor Gods werk in onze dagen.

Maar deze nieuwe openbaring betekent niet dat sindsdien ook een nieuwe gemeente aanving, zoals her en der wordt beweerd. Integendeel. De gemeente waarvan Paulus in al zijn brieven spreekt, is ontstaan in het jaar van Christus' verheerlijking. De volgende redenen maken dit duidelijk.

Reden 1. Christus is het Hoofd van "de gemeente, die Zijn lichaam is". D.w.z. Hij is "de Eerstgeborene uit de doden" en daamee het Begin van de gemeente.

... en Hij is het Hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.
Kolosse 1:18

De verheven positie van de gemeente is juist gebaseerd op het feit dat ze tesamen met Christus de eerste vrucht is van het nieuwe Leven. En zoals alle eerste vrucht in de Bijbel, ontvangt ze om die reden de hoogste bestemming. Als "de gemeente, die Zijn lichaam is" dus niet ontstond bij de opstanding van Christus, dan kan ze haar hoogste bestemming wel vergeten...

Reden 2. De gemeente wordt beschreven als "woonstede Gods in de Geest" (Efeze 2:22). Dit bouwwerk is "gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus Zelf de hoeksteen is" (Efeze 2:20). Zoals een fundament het begin is van een bouwwerk, zo vormen de apostelen het begin van de Gemeente en maken daar dus deel van uit.

Reden 3. Paulus schrijft dat hij een vervolger was van "de gemeente Gods" (1Korinthe 15:9). Dat betekent dat toen Paulus nog ongelovig was, "de gemeente Gods" reeds bestond.

Tegenwerping: de "gemeente Gods" die Paulus vervolgde is een andere gemeente dan die hij aanschreef.
Antwoord: de brief die meldt dat Paulus een vervolger was van "de gemeente Gods", is tevens geadresseerd "aan de gemeente Gods" (1:2). Dezelfde uitdrukking als in 15:9. Let in beide gevallen op het bepaalde lidwoord "de gemeente Gods". Er was er kennelijk maar één "gemeente Gods".

Tegenwerping: "de gemeente Gods" was niet "het lichaam van Christus", zoals Paulus daar later in de gevangenis-brieven van spreekt.
Antwoord: Paulus schrijft in 1Korinthe 12:27: "Gij nu zijt lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden...". Let ook op de vergelijking in 1Korinthe 12:12 : "... zo ook Christus" - terwijl het over de gemeente gaat!

Tegenwerping
: "de gemeente Gods" was wel lichaam van Christus maar het was nog niet "het lichaam van Christus", zoals daarvan sprake is in b.v. Efeze 4:12.
Antwoord: "De gemeente Gods te Korinthe" heet wel degelijk "het lichaam van Christus". In 1Korinthe 10:16 staat het zwart op wit. Daar wordt exact dezelfde uitdrukking gebruikt als in Efeze 4:12.

Bedenk daarbij dat toen Saulus "de gemeente Gods" vervolgde en geroepen werd op de weg naar Damascus, dat hem vanuit de hemel te verstaan werd gegeven "Saul Saul, wat vervolg je MIJ?" (Handelingen 9:4). Christus identificeerde Zich met de gemeente die Saulus vervolgde. In de kiem vond hier reeds de openbaring plaats, aangaande de gemeente als het lichaam van Christus.



ga naar thuis-pagina