English blog | Oude Artikelen

chronologie 21: 120 jaren

19-06-2016 - Geplaatst door Andre Piet

De wereldgeschiedenis tot aan de grote (wereld-)sabbat beslaat volgens de Schrift, zoals we tot dusver hebben kunnen vaststellen, zesduizend jaar. Verdeeld in drie gelijke delen: drie keer 2000 jaar. Van Adam tot de geboorte van Abram 2000 jaar. Vervolgens weer 2000 jaar tot aan de terzijdestelling van Jeruzalem, na Stefanus’ steniging. En de periode van Israëls terzijdestelling zou wederom 2000 jaar duren, of zoals de Heer telt, “twee dagen”.

Zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn

6000 jaren komen overeen met 60 eeuwen, oftewel 120 cycli van jubeljaren. Dat is een markant aantal jaren. In de eerste plaats herinnert het aan de nogal cryptische aandoende uitspraak die we vinden in Genesis 6:3 (lett. vertaald):

En Jahweh zeide,
mijn geest zal geen recht verschaffen
in de mensheid tot de aeon,
aangezien hij ook vlees is.
Zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.

Uit het verband is niet direct op te maken waar deze 120 jaren betrekking op hebben. Gewoonlijk wordt gedacht aan de periode vanaf de bouw van de ark tot aan de zondvloed. Hoewel dit een passende optie lijkt in dit verband, geeft de formulering geen directe hint in deze richting. Noch naar de bouw van de ark, noch naar het begin van de zondvloed. De formulering is breed: aan de mensheid zal recht worden verschaft in 120 jaar. Vindt dat verschaffen van recht aan de mensheid niet bovenal plaats bij het aanbreken van het Messiaanse rijk? En valt de aanvang van het zevende millennium niet samen met het 120-ste jubeljaar? Is een jubeljaar bovendien niet bij uitstek een Goddelijk jaar waarin Hij recht verschaft? Genesis 6:3 levert daarmee een bevestiging van de tijdslengte die uitloopt op de komende aeon.

drie keer veertig jaar

De 120 jubeljaren-cycli vanaf Adam tot aan het begin van het Messiaanse rijk, zien we ook fraai geïllustreerd in het leven van Mozes die in totaal 120 jaar oud werd (Deut.34:7). Zijn leven is onderverdeeld in drie keer veertig jaar.

De eerste veertig jaar van Mozes leven heeft als meest markante gebeurtenis dat hij uit het water getrokken werd. Zijn naam is daar ook aan ontleend. Hij lag in een biezen kistje, wat in het Hebreeuws hetzelfde woord is als het woord voor ‘ark’ waar Noach en de zijnen in bewaard werden. Zoals de ark en de redding uit de wateren de eerste tweeduizend jaar (= 40 jubeljaren) wereldgeschiedenis karakteriseren, zo werden de eerste veertig jaren van Mozes eveneens daardoor gekenmerkt.

De tweede periode van veertig jaar vingen aan toen Mozes ging omzien naar zijn broeders (Hand.7:23). Deze periode loopt parallel met de periode vanaf Abram tot aan de dood en opstanding van Christus. Veertig jubeljaren. God zag weliswaar om naar zijn volk maar al die tijd verkeerde het nog in slavernij. Precies zoals de Schrift ook de positie van Israël onder het oude verbond beschrijft.

De derde periode van veertig jaar vangt aan met de verlossing uit Egypte, terwijl Israël daarna alsnog niet haar bestemming bereikte. Het loopt parallel met de laatste 2000 jaar: de grote verlossing is gerealiseerd terwijl Israël vanwege ongeloof, nog steeds niet is gearriveerd in het beloofde Koninkrijk.

Aan het einde van deze drie keer veertig jaar kwam Israël aan de grens van het beloofde land. Mozes als Israëls leidsman stierf terwijl Jozua als voleinder hen alsnog zou invoeren in het beloofde land. Precies zoals de ware Jozua (Jehoshua = Jezus) het volk Israël zal brengen in de beloofde rust van de sabbat (Hebr.4:9). Na drie keer 2000 jaar oftewel na drie keer veertig jubeljaren. Daarover een volgende keer meer.

Delen: